Levensverhaal

Update 29/10/2024 Deze informatie staat alleen bij de 454 mannen en vrouwen die stonden op de Joodse markt(of een aanvraag hebben gedaan om daar te mogen staan). De informatie zal steeds afhankelijk van het nog lopende onderzoek worden aangepast.   Joodsche Markten (november 1941 – december 1943) De opening van de markten was om 09:00 en het sluiten was afhankelijk van de zonsondergang. De veranderende sluitingstijden van de markten werden middels een kennisgeving gepubliceerd. Openbare kennisgeving 22 augustus 1941 Sluitingsuur markten De Regeeringscommissaris voor Amsterdam brengt ter openbare kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten hier ter stede, in verband met de verduisteringsmaatregelen uiterlijk een half uur voor zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ontruimd. Derhalve moeten de markten op Zaterdag 23 augustus a.s. uiterlijk om 20:20 uur zijn ontruimd.     Losse en vaste plaatsen (30 januari 1941) Op 30 januari 1941 schrijft de directeur van het Marktwezen dat er vaste plaatsen of losse plaatsen zijn op de markt. De toewijzing van deze plaatsen geschiedt als volgt: dat vaste plaatshouders voor voorkeurskaarthouders en deze voor ingeschrevenen op de sollicitantenlijst voor een losse plaats in aanmerking komen. Ten slotte wordt zo nodig onder de niet ingeschreven kooplieden geloot. Alleen voor standwerkers geldt deze regeling niet daar het voor de orde op de markten noodzakelijk is hen op een bepaald gedeelte te plaatsen.   Stoppen met uitgeven vergunningen Joodsche venters(20 juni 1941) Op vrijdag 20 juni 1941 komt een nota ter sprake van de Administrateur der afdeeling Levensmiddelen. Deze nota betreft het uitreiken van nieuwe ventvergunningen aan Israëlieten. Uit deze nota blijkt, dat voor eenigen tijd door den Regeeringscommissaris is besloten, dat aan Israëlieten geen nieuwe ventvergunningen zullen worden gegeven. Op 1 augustus 1941 wordt op het voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, bad- en zwembadinrichtingen, door de Regeeringscommissaris voor Amsterdam het volgende besluit genomen:                                                            Besluit: Geen nieuwe standplaatsvergunningen uit te geven aan niet-ariërs.    Verordening over het optreden van Joden in het openbaar (15 september 1941) >>  Art.2. Voorts is aan Joden verboden het directe of indirecte deelnemen aan openbare markten, met inbegrip van de veemarkten, openbare veilingen en goederenbeurzen, alsmede het betreden van abattoirs verboden. >>  Art. 7. Wie in strijd handelt met de bepalingen van art. 1, 2, 3 en 5 of deze ontduikt, wordt – voor zoover niet krachtens andere voorschriften een zwaardere straf wordt toegepast – bestraft met hechtenis met een maximum van zes maanden en een boete met een maximum van 1000 gulden of met een van deze straffen. Aan dezelfde straf is onderhevig hij, die een ontduiking van deze bepalingen in de hande werkt, mogelijk maakt of daarbij zijn medewerking verleent.   Onderzoek locatie Joodsche Markten (14 oktober 1941) Ingevolge uw opdracht is door mij onderzocht op welke wijze uitvoering kan worden gegeven aan de bepalingen in artikel 2, jo. Art. 4 van de Verordening van den Commissaris-Generaal voor de Veiligheid van 18 september j.l. over het optreden van Joden in het openbaar. Het aanvankelijk onderzoek leidde tot het resultaat dat, zoo er naar gestreefd moest worden slechts daar markten voor Joodsche kooplieden te doen zijn waar een Joodsche bevolking van omvang woont, er dan plaats zou zijn voor het instandhouden van de Nieuwmarkt en het Waterlooplein met de daaraan verbonden markt aan den Zwanenburgwal, als zijnde markten, welke nagenoeg uitsluitend door Joodsche kooplieden gezet zijn, terwijl voorts voor de Oosterpark- en Transvaalbuurt, met een gezamenlijke Joodsche bevolking van rond 22.000 personen een markt zou kunnen worden gevestigd aan de Tugelaweg en voor het gedeelte van het Zuidelijk stadskwartier, begrensd door Ceintuurbaan, Rivierenlaan, Amstel en Boerenwetering, waar een Joodsche bevolking van 21.000 personen woont, een markt aan de Uiterwaardestraat hoek Hunzestraat zou kunnen worden bevestigd. Nader overleg tussschen U en bevoegde Duitsche autoriteiten leidde tot de opdracht te zoeken naar omsloten marktterreinen, zoodat op eenvoudige wijze controle kan worden uitgeoefend op het bezoek aan deze markten, welke uitsluitend door de Joodsche bevolking zou mogen geschieden. Laatstbedoeld onderzoek heeft er toe geleid, dat geen andere terreinen als hier bedoeld in aanmerking kunnen komen, dan kinderspeel- of sportterreinen. Gebonden te zoeken in buurten, waar een beteekenend aantal van de Joodsche bevolking woont, kan U thans worden voorgesteld om voor het houden van Joodsche markten te gebruiken; 1 de kinderspeelplaats Centrum aan het Waterlooplein; den Oosterspeeltuin aan de Joubertstraat en 3 den speeltuin, Afdeling Zuid aan de Gaaspstraat. Naar een voorlopige schatting zal de speelplaats aan het Waterlooplein plaats bieden voor 150 kooplieden, de speelplaats aan de Joubertstraat aan 180 a 200 kooplieden en de speelplaats aan de Gaaspstraat aan 250 kooplieden. Bij de berekening van het aantal plaatsen is er voorloopig van uitgegaan om de vaste speeltoestellen niet te verwijderen. Ik moge U voorstellen daartoe ook niet eerder over te gaan, dan nadat gebleken is dat aan meer marktplaatsen behoefte is. In totaal zal er voorhands dus voor 600 Joodsche marktkooplieden op de hierboven genoemde in te richten markten een plaats zijn. De Gemeentelijke Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden,   Aanvraag Joodsche markten (28 oktober 1941) Hierbij deel ik u mede, dat met ingang van 3 november a.s. de Joodsche kooplieden niet meer tot de algemeene dag- en weekmarkten en de hulpmarkten daarvan zullen worden toegelaten. Voor deze kooplieden worden de volgende hulpmarkten aangewezen: Speeltuin Waterlooplein; Speeltuin Joubertstraat; Speeltuin Gaaspstraat. In bijlage deze zend ik U een aanvraagformulier, hetgeen voor 31 oktober a.s. volledig ingevuld, voor zoover het gedeelte boven de streep betreft, te mijnen kantore Jan van Galenstraat 14, of ten kantore van den marktambtenaar moet worden ingeleverd.     Tijdelijke hulpmarkten voor Joden (31 oktober 1941) De Burgemeester van Amsterdam, Besluit: Met ingang van 3 november 1941 tot en met 1 januari 1942 als tijdelijke hulpmarkten van de algemene dagmarkten aan te wijzen: den speeltuin op het Waterlooplein, den speeltuin aan de Joubertstraat en den speeltuin aan de Gaapstraat net dien verstande: Dat op voornoemde markten uitsluitend mogen worden uitgestald en verkocht levensmiddelen en textielwaren; Dat op voornoemde markten uitsluitend Joodsche marktkooplieden een plaats kunnen innemen en uitsluitend Joodsche bezoekers aldaar worden toegelaten.   Persbericht (1 november 1941) Joodsche markten Alleen voor Joodsche bezoekers De burgemeester van Amsterdam deelt mede, dat de Joodsche markten in den speeltuin op het Waterlooplein, in den speeltuin aan de Joubertstraat en in den speeltuin aan de Gaaspstraat, welke markten op alle werkdagen worden gehouden, uitsluitend door Joden mogen worden bezocht. Gaaspstraat Start: 15/11/1941 met 199 kooplieden Einde: 25/9/1942 met 15 kooplieden 15/8/1942 stonden er 282 kooplieden   Joubertstraat Start: 22/11/1941 met 60 kooplieden Einde: 25/12/1943 met 20 kooplieden 1/8/1942 stonden er 131 kooplieden   Minervaplein Start: 27/6/1942 met 12 kooplieden Einde: 27/11/1943 met 3 kooplieden 1/8/1942 stonden er 20 kooplieden   Waterlooplein Start: 15/11/1941 met 124 kooplieden Einde: 31/7/1943 met 6 kooplieden 8/8/1942 stonden er 156 kooplieden   Kramenzetters (11 november 1941) Volgens het regelement van de markten is het zonder schriftelijke toestemming van den Directeur van het Marktwezen, verboden, op de markten andere kramen op te zetten of te hebben, dan die, welke gehuurd zijn van personen, aan wie door de Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend om kramen, bestemd om op de markt te worden gebruikt, aldaar op een anderen dan voor de markt bestemden tijd op te zetten of te hebben. De bedoelde personen (de kramenverhuurders) betalen ter zake een belasting, het kramengeld, aan de Gemeente. Kooplieden, die hun eigen materiaal willen gebruiken, kunnen op de schriftelijke aanvrage, van mij vergunning krijgen, dit materiaal te blijven gebruiken. De niet – Joodsche stallen- en karrenverhuurders hebben de vraag gesteld of zij voor en na markttijd op de Joodsche markten materiaal voor het uitstallen van goederen mogen brengen en weghalen, dat wil dus zeggen des morgens voor 9 uur en des avonds na markttijd. Naar mijn mening nemen deze stallenzetters direct noch indirect aan de markten deel, terwijl op genoemde tijden geen Joden op deze terreinen aanwezig zijn.   Alleen toegang voor Joden: De kwestie Jozef van Delft (2 januari 1942) Er wordt in Amsterdam nauw toegezien op de strikte naleving van de ingevoerde anti- joodse maatregelen. Zo blijkt uit de correspondentie tussen de hoogste organen binnen het gemeentebestuur: Burgemeester E. Voûte en gemeentesecretaris J.F Franken en de Directeur van het Marktwezen dhr Sixma die is gevoerd tussen 2 en 27 januari 1942 over de overtreding die de marktkoopman  Jozef van Delft zou hebben begaan. Hij zou een ariër op het marktterrein aan de Gaaspstraat hebben toegelaten. Een overtreding die hoog werd opgenomen. Het diende ter voorbeeld en waarschuwing aan de Joodse kooplieden van de zogenaamde ‘Jodenmarkten’. Mark voor Joden vertelt met Stichting Sobibor het verhaal van Jozef van Delft. Bron: link   Aanwijzing tijdelijke hulpmarkt Minervaplein (19 juni 1942) Besluit Met ingang van 20 juni 1942 aan te wijzen als tijdelijke hulpmarkt uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers, het zandterrein aan het Minervaplein, begrensd door de Rubenstraat en de Minervalaan, met dien verstande, dat op voorgenoemde hulpmarkt allen groente en nader aan te wijzen levensmiddelen ter markt mogen worden verkocht.   Tweede Beschikking: optreden van Joden in het openbaar (30 juni 1942) Artikel 1. Joden moeten zich van 20 uur tot 6 uur binnen hun woningen ophouden. >>  Artikel 3. (1) Aan Joden is het verboden werkzaam te zijn als straatventer, met uitsluiting op het gebied van den handel in goederen van oude metalen, lompen en afval. >>    Gombault, Wirtschaftsreferent Bureau Beauftragte voor de Stad Amsterdam (15 juli 1942) Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 dezer Akt.wi: Ref. G/L., heb ik de eer U te berichten, dat de vaste plaatsen van Joodsche kooplieden, die in de laatste weken hun plaatsen niet hebben bezet, met ingang van Maandag 13 dezer worden ingetrokken. Deze vaste plaatsen zullen (overeenkomstig hetgeen aan het slot van mijn brief van 30 juni j.l. is vermeld), met ingang van dezen datum worden uitgegeven aan die joodsche kooplieden, die den laatsten tijd regelmatig losse plaatsen op de betrokken markten hebben ingenomen. Er zullen dus uitsluitend vaste plaatsen op de Jodenmarkten zijn, terwijl vanaf heden geen nieuwe vaste plaatsen en voorkeurskaarten zullen worden uitgereikt. De directeur.   Verdere algemene informatie omtrent de Joodsche markten en specifieke marktinformatie over de Gaaspstraat volgt.    Hierboven de aanvraagkaart van 30 oktober 1941 voor een plek op de Gaasptraat.     De politieagent die bij de entree stond om ervoor te zorgen dat er alleen Joden op het terrein kwamen.  Er zijn geen foto's bekend van de markt op de Gaaspstraat. De foto hierboven is een screenshot van een videofragment. Onderstaande kooplieden zijn niet terug te vinden op het Joods monument. Het kan zijn dat de gegevens niet 100% kloppen omdat er soms spelfouten zijn gemaakt. Indien u een persoon herkent en meer informatie heeft, dan hoor ik dat graag zodat ik gegevens aan kan passen. Contact hierover: info@marktvoorjoden.nl   Lijst aangepast per 29/10/2024 Ph Locher: 25/7/1909, onbekend L Vreeland: 17/9/1897, onbekend

Archiefdocumenten

745 / 745-270 — pagina 63

Afschrift (Copie) van een ziektemelding van een gemeenteambtenaar.

* **Persoonsgegevens:** De betrokkene is Mr. A. van Praag. De titel 'Mr.' (Meester in de rechten) duidt op een academische achtergrond. Hij bekleedde de functie van 'Secretaris (A)', een hogere administratieve rang binnen de gemeentelijke hiërarchie. * **Dienstverband:** Hij was werkzaam bij het Marktwezen, de dienst die verantwoordelijk was voor het beheer van de Amsterdamse markten. Hij was aangesteld als ambtenaar in 'vasten en vollen dienst', wat wijst op een vaste aanstelling. * **Ziekteverzuim:** Dit was zijn eerste ziektemelding van het jaar 1939. Het formulier diende als officiële kennisgeving aan de controlerend gemeentearts, Dr. H.J. Damen. * **Locatie:** Het woonadres, Gerard Terborgstraat 40 II, bevindt zich in het Amsterdamse Museumkwartier, een buurt die in die tijd paste bij de status van een hooggeplaatste ambtenaar.

6 januari 1939. Jaar: 1939
745 / 745-303 — pagina 70

Notulen (verslag) van een commissievergadering.

* **Doel van de commissie:** De commissie onderzoekt hoe de overlast (hinder) van pluimveeslachterijen binnen de gemeente beperkt kan worden. Dit wijst op een proces van juridisering en regulering van de voedselketen in een stedelijke omgeving. * **Samenstelling:** De commissie is breed samengesteld met vertegenwoordigers van handhaving (politie), volksgezondheid (Keuringsdienst van Waren, Abattoir), economie (Marktwezen) en ruimtelijke ordening (Bouw- en Woningtoezicht). Dit duidt op de complexiteit van het vraagstuk. * **Kernpunten van de vergadering:** 1. **Correctie:** Een juridische precisering in de notulen waarbij "rechterlyke macht" wordt vervangen door "Raad van State". 2. **Volksgezondheid:** Dr. Van Raalte wijst op de discussie in de vakpers over de noodzaak van preventieve keuring, specifiek vanwege het risico op *tularaemie* (haasziekte), wat aantoont dat men op de hoogte was van veterinaire risico's voor de volksgezondheid. 3. **Centralisatie:** De directeur van het Abattoir, de heer Reeser, pleit voor centralisatie van het slachten van kippen op het terrein van het gemeentelijk abattoir. Dit zou de controle vergemakkelijken en waarschijnlijk ook de inkomsten van het abattoir ten goede komen. 4. **Motivering:** Er is behoefte aan een sterkere hygiënische onderbouwing voor de voorgestelde keuringsmaatregelen.

24 februari 1938. Jaar: 1939
745 / 745-303 — pagina 75

Document

* **Inhoud:** Het betreft een ambtelijke begeleidingsbrief bij een (niet bijgevoegde) samenvatting over de voorgestelde organisatie van de keuring en slachting van wild en gevogelte in Amsterdam. * **Taalgebruik:** Het document is geschreven in de formele, vooroorlogse ambtelijke spelling (zoals "nopens den vorm" en "vleesch"). * **Annotatie:** Bijzonder interessant is de handgeschreven notitie van de ontvanger, Mr. van Praag. Hij stuurt de brief door aan de heer Quackernaat van het Hoofdbureau van Politie ter voorbereiding op een overleg op 19 februari 1937. Dit wijst op de nauwe samenwerking tussen de keuringsdiensten en de politie wat betreft toezicht en handhaving. * **Visuele kenmerken:** Het briefpapier bevat het wapen van Amsterdam en specifieke giro-informatie voor het abattoir en het koelhuis, wat de economische structuur van deze gemeentelijke dienst benadrukt.

30 december 1936. Jaar: 1939
745 / 745-303 — pagina 86

Getypte doorslag van een concept-brief/nota met handgeschreven kanttekeningen en stempels.

* **Inhoud:** Het document betreft een advies van een subcommissie over nieuwe regelgeving voor pluimveeslachterijen in een stedelijke omgeving (gezien de referentie naar "het Marktwezen" en Mr. A. van Praag zeer waarschijnlijk Amsterdam). * **Kernpunten:** * De subcommissie adviseert om 'wild' (jachtwild) buiten de regeling te laten wegens het geringe volume en de beperkte overlast. * Konijnen moeten juist wél onder de regeling vallen vanwege de consumptieomvang en de noodzaak tot keuring. * Er wordt een juridisch kader geschetst gebaseerd op de Hinderwet (overlast), de Warenwet (voedselveiligheid) en de Gemeentewet (plaatselijke verordeningen). * **Taalgebruik:** Het document is opgesteld in de toen gangbare spelling (bijv. "slachteryen", "konynen", "den hinder"). De toon is formeel-ambtelijk.

23 oktober 1937 (handgeschreven in rood potlood/inkt). Het document refereert aan een vergadering van 25 november 1936. Jaar: 1939
745 / 745-271 — pagina 97

Document

* **Administratieve context:** Dit document is een doorslag of afschrift (COPIE) van een officiële melding van ziekteverzuim aan de controlerend gemeentearts. Het betreft een ambtenaar in "vasten en vollen dienst". * **Persoonsgegevens:** De betrokkene is Meester (Mr.) A. van Praag, werkzaam als Secretaris (A) bij de Dienst van het Marktwezen. Gezien de titel en salarisgroep (X) betreft het een hogere ambtenaar. Zijn adres, Gerard Terborgstraat 40 II te Amsterdam, duidt op een woning in de Concertgebouwbuurt. * **Specifieke melding:** De opmerking dat hij op de dag van de melding nog een halve dag heeft gewerkt, is relevant voor de berekening van het ziekteverlof en de controle door de arts. * **Datering:** Het document is opgemaakt op 11 oktober 1939, een periode van mobilisatie in Nederland kort na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog elders in Europa. ---

Jaar: 1939
745 / 745-267 — pagina 140

Zakelijke correspondentie (brief).

* **Inhoud:** De algemeen vertegenwoordiger van de SNCF in Brussel verzoekt de heer Van Praag om een vertrouwelijke referentie/opinie over een niet nader genoemde persoon (wiens naam op een apart briefje was bijgevoegd). Deze persoon heeft aangeboden om als vertegenwoordiger op te treden voor Franse groepen die groenten en fruit exporteren. De afzender kondigt tevens een spoedig bezoek aan Nederland aan. * **Toon:** Zeer beleefd, formeel en discreet ("à titre confidentiel"). * **Kenmerken:** De brief is representatief voor de zakelijke communicatie tussen overheidsgelieerde instanties (SNCF) en gemeentelijke diensten (Marktwezen Amsterdam) in het interbellum. Het gebruik van "Marketwezen" is een Franse transcriptie van de Nederlandse term Marktwezen.

22 juni 1939. Jaar: 1939
745 / 745-267 — pagina 158

Document

Dit document is een formele zakelijke correspondentie van de Franse nationale spoorwegmaatschappij (SNCF). De brief fungeert als een officieel ontvangstbewijs en een dankbetuiging voor informatie die door het Amsterdamse Marktwezen is verstrekt. De structuur is typisch voor de administratieve stijl van die tijd: uiterst hoffelijk ("Je m'empresse d'accuser réception") en met een uitgebreide slotformule. Interessant is de handgeschreven breuklijn in het referentienummer bovenaan, wat duidt op een specifiek archiveringssysteem voor 1939. Het gebruik van de rode kleur voor de eigen referentie (ChC 220) diende voor snelle visuele herkenning in het papieren archief. De brief onderstreept de rol van de SNCF-inspecteur die verantwoordelijk was voor zowel België als Nederland ("pour la Belgique et la Hollande").

7 juli 1939. Jaar: 1939
745 / 745-303 — pagina 176

Getypt verslag / Ambtsbericht.

Dit document is een ambtelijke mededeling waarin de voortgang en de juridische complicaties van een voorgestelde regeling worden besproken. De kern van het probleem is dat de sub-commissie streeft naar een verplichte centrale slachting en keuring van wild en gevogelte in Amsterdam, inclusief een verbod op de handel in ongekeurd vlees van buiten de stad. De auteurs concluderen echter dat de toenmalige landelijke wetgeving (in 1937) niet toereikend was om een dergelijke dwingende lokale regeling juridisch te onderbouwen. Het document is getypt met de destijds gebruikelijke spelling ('ij' wordt consequent als 'y' geschreven) en formele toon. Het illustreert de frictie tussen de lokale behoefte aan strenge hygiënische controle en de beperkingen van het vigerende wettelijke kader.

1 april 1937. Jaar: 1939
745 / 745-303 — pagina 189

Concept-rapport/advies van een subcommissie.

Dit document vormt de eerste pagina van een ambtelijk advies over de regulering van pluimveeslachterijen. De kern van het advies is drieledig: 1. **Inperking van de scope:** De commissie adviseert om de nieuwe regels enkel te laten gelden voor pluimvee en konijnen, en expliciet niet voor wild, omdat de overlast en de consumptieomvang van wild te gering zijn. 2. **Wettelijke grondslag:** Er wordt gezocht naar een juridische basis binnen de bestaande nationale wetgeving (Hinderwet, Warenwet en Gemeentewet) om lokaal te kunnen ingrijpen. 3. **Juridische complicatie:** De tekst signaleert een probleem met de Hinderwet. Op dat moment (1936) was het juridisch onduidelijk of een pluimveeslachterij wel als een 'slachterij' in de zin van de wet kon worden beschouwd. De commissie concludeert dat dit waarschijnlijk niet zo is, aangezien er op dat moment een wetswijziging in voorbereiding was om dit hiaat te dichten.

Opgesteld na 25 november 1936 (de datum waarop de subcommissie werd ingesteld). Jaar: 1939
745 / 745-303 — pagina 204

Ambtelijk conceptadvies / Bestuursdocument.

Dit document is een juridische verkenning door een subcommissie naar de mogelijkheden om de overlast (hinder) van pluimveeslachterijen in een stedelijke omgeving te reguleren. De belangrijkste punten zijn: 1. **Scope-beperking:** Men adviseert om 'wild' buiten de regeling te laten wegens een gering consumptievolume en weinig overlast, maar 'konijnen' expliciet toe te voegen vanwege het hoge consumptieniveau en de noodzaak tot keuring. 2. **Juridische grondslag:** De commissie toetst de uitvoerbaarheid aan drie bestaande wetten: de Hinderwet, de Warenwet 1919 en de Gemeentewet. 3. **Definitiekwestie:** Er ontstaat een juridisch knelpunt bij de Hinderwet. De toenmalige wet sprak over "slachterijen", maar het was onduidelijk of pluimveeslachterijen hieronder vielen. De subcommissie concludeert dat dit bij de huidige wet waarschijnlijk niet het geval is, aangezien er op dat moment een nieuw wetsvoorstel in voorbereiding was om dit hiaat te dichten.

Na 25 november 1936 (referentie naar een vergadering op die datum). Jaar: 1939
745 / 745-303 — pagina 220

Getypt ambtelijk schrijven (mogelijk een doorslag).

Dit document is een ambtelijk advies of verslag van een sub-commissie aan de voorzitter van een specifieke commissie in Amsterdam. De kern van het schrijven is het bepalen van de reikwijdte van nieuwe regelgeving omtrent het slachten en keuren van dieren. De sub-commissie adviseert om de regels te beperken tot **pluimvee** en **konijnen**. De argumentatie hiervoor is tweeledig: 1. **Wild** wordt in te kleine hoeveelheden geconsumeerd en het slachten ervan veroorzaakt weinig overlast (hinder). 2. **Konijnen** moeten juist wel worden opgenomen vanwege het hoge consumptieniveau, wat een strengere keuring noodzakelijk maakt. Het document besluit met de juridische grondslagen waarop de voorgestelde regeling gebaseerd kan worden, waarbij de Hinderwet, de Warenwet en de Gemeentewet worden genoemd.

23 augustus 1937. Jaar: 1939
745 / 745-296 — pagina 321

Officiële brief.

In deze brief reageert de bibliothecaris van de Universiteit van Amsterdam op een vraag van de wethouder over het gebruik van ruimtes op de Centrale Markt. De kern van de zaak is een misverstand over de financiële voorwaarden: * **Gebruik:** De UB heeft drie kantoren (86, 87 en 90) in gebruik genomen voor de opslag van tijdschriftenreeksen. * **Conflict:** Er is onenigheid over de huur. De bibliothecaris stelt dat hier in eerste instantie (bij overleg met de heer Tirion) niet over gesproken is. Pas later kwam de Directie van het Marktwezen (via Mr. A. van Praag) met de eis tot betaling, waarbij men toegaf dit eerder te hebben vergeten. * **Verzoek:** De bibliothecaris doet een moreel beroep op de wethouder om de ruimtes gratis te mogen gebruiken, wijzend op de "buitengewone tijdsomstandigheden".

12 oktober 1939. Jaar: 1939
745 / 745-298 — pagina 371

Notulen (verslag) van een vergadering.

* **Vorm en Stijl:** Het document is een formeel verslag van een ambtelijke adviescommissie. De toon is zakelijk en volgt een vaste structuur (aanwezigen, agenda, behandeling per punt). Opvallend is het gebruik van de letter 'y' waar men tegenwoordig 'ij' zou verwachten (bijv. "ongewyzigd", "zyn"), wat typerend kan zijn voor bepaalde schrijfmachines of spellingsvoorkeuren uit die tijd. * **Inhoud:** De commissie adviseert over vergunningen voor 'venters' (straathandelaren) en 'standplaatshouders' (marktkooplieden). In deze specifieke vergadering ligt de focus op een nota van de Wethouder voor de Levensmiddelen betreffende vervangingsvergunningen en het probleem van "clandestiene" (illegale) standplaatsen. * **Personen:** Genoemde sleutelfiguren zijn Dr. A. v.d. Laan (voorzitter) en Mr. A. van Praag (secretaris).

Donderdag 6 oktober 1938. Jaar: 1939
745 / 745-328 — pagina 2

Zakelijke brief (notariële correspondentie).

Deze brief is een formeel schrijven van een notariskantoor aan een hoge functionaris binnen het Amsterdamse gemeentebestuur. De brief is opgesteld in de uiterst beleefde, enigszins archaïsche stijl die kenmerkend was voor juridische correspondentie in de eerste helft van de 20e eeuw. Termen als "WelEdelGestrenge" (een titulatuur voor meesters in de rechten) en de afsluiting "Uw.dw." (Uw dienstwillige) getuigen hiervan. De inhoud betreft het toesturen van conceptstatuten voor drie op te richten stichtingen. Opvallend is dat deze concepten ook aan de Procureur-Generaal zijn gezonden. Dit wijst erop dat de oprichting van deze stichtingen mogelijk een publiek belang diende of onder specifiek overheidstoezicht stond. De handgeschreven krabbels rechtsboven lijken administratieve aantekeningen voor de interne verwerking bij de afdeling Marktwezen.

2 juli 1940. Jaar: 1940
745 / 745-336 — pagina 13

Notulen (vergaderverslag).

Dit document is het eerste blad van de notulen van de 62e vergadering van een ambtelijke adviescommissie die zich bezighield met het reguleren van straathandel (ventvergunningen) in de late jaren '30. De agenda weerspiegelt de bureaucratische aard van de commissie, met aandacht voor formele goedkeuringen en correspondentie ("missives") van de verantwoordelijke wethouder. Enkele specifieke sociaal-economische kwesties uit die tijd komen naar voren: * **Regulering van venters:** Er wordt gesproken over ligplaatsen en specifiek over venters die strikjes en speldjes verkopen. * **Clandestiene praktijken:** Het tegengaan van illegale standplaatsen was een terugkerend punt van zorg. * **Consumentenbescherming avant la lettre:** Het opmerkelijkste punt is de bezorgdheid over ijscomannen die ijsjes op krediet verkochten aan kinderen. Dit duidt op een morele en mogelijk sociale bezorgdheid over het in de schuld steken van minderjarigen voor genotsmiddelen. De handgeschreven aantekeningen in de kantlijn lijken snelle rekensommetjes, mogelijk gemaakt door een commissielid tijdens de vergadering, hoewel hun directe relatie tot de tekst (zoals aantallen vergunningen of boetes) onduidelijk is zonder verdere pagina's.

Jaar: 1940
745 / 745-324 — pagina 17

Kaart van de Marktdienst (mogelijk Amsterdam), betreffende een oproeping wegens verzuim.

Dit document is een administratieve kaart van de gemeentelijke marktdienst, waarschijnlijk van Amsterdam. De kaart betreft de heer of mevrouw **A. van Praag**, woonachtig aan de **Muiderstraat 9-II**. Uit de kaart blijkt dat Van Praag een vaste staanplaats had op de **markt in de Uilenburg** (plaats nummer 29), maar deze "niet geregeld" bezette. Hiervoor werd op 17 oktober 1940 al een officiële waarschuwing gegeven. Omdat de situatie niet verbeterde, volgden er twee oproepingen om te verschijnen bij de inspectie op 22 en 25 november 1940 om 09:30 uur. De inspecteur noteerde op 27 november dat er aan deze oproepingen "geen gevolg" was gegeven (Van Praag kwam niet opdagen). Als sanctie werd voorgesteld om de vergunning voor de standplaats in te trekken ("Intrekken"). Op 28 november 1940 werd het dossier gesloten en gearchiveerd ("opbergen").

Oktober - november 1940. Jaar: 1940
745 / 745-324 — pagina 44

Administratief bijblad/notitie (Model No. 14 van Algemene Zaken).

Het document betreft een administratieve afhandeling rondom een marktplaatsvergunning op de Amsterdamse markt Uilenburg. De heer A. van Praag (waarschijnlijk woonachtig op of werkzaam bij plaats 29) is per 1 december 1940 uit het register 'afgevoerd' omdat hij zijn staanplaats niet regelmatig gebruikte. De kern van het probleem was een communicatiestoornis: Van Praag was verhuisd zonder dit door te geven, waardoor hij officiële waarschuwingen en een oproep van de Inspecteur niet had ontvangen. Hierdoor was zijn vergunning in eerste instantie ingetrokken. De ambtenaar die de notitie schrijft, adviseert echter om coulance te tonen en hem de plaats nog eenmaal terug te geven, mits hij zich houdt aan de strikte voorwaarde om de marktplaats minimaal drie keer per week daadwerkelijk te bezetten.

Jaar: 1940
745 / 745-324 — pagina 46

Getypte brief (doorslag of stencil) met handgeschreven aantekening.

Deze brief is een officiële mededeling van de marktmeester of directeur van het Amsterdamse marktwezen aan een koopman, de heer A. van Praag. De kern van de brief is de intrekking van een marktvergunning voor de markt op Uilenburg wegens 'niet regelmatig gebruik'. De directeur biedt echter een kans op herstel: als Van Praag de plaats voortaan ten minste drie op de vier weken bezet, wordt de intrekking ongedaan gemaakt. De toon is zakelijk en bureaucratisch, strikt volgens het geldende 'Reglement op de Markten'. De handgeschreven toevoeging "extra" bovenaan kan wijzen op een extra kopie voor het dossier of een specifieke administratieve afhandeling.

6 december 1940 Jaar: 1940
745 / 745-324 — pagina 51

Handgeschreven brief

In deze brief verzoekt de heer A. van Praag om behoud van zijn marktplaatsvergunning. De kern van zijn probleem is de schaarste aan grondstoffen: door de rantsoenering (distributie) van tabak kan hij onvoldoende sigaren produceren om elke zondag op de markt te staan. Hij vraagt de Directeur van het Marktwezen om uitstel van het intrekken van zijn standplaatsrechten. Hij vreest dat als hij zijn vaste plek verliest, hij helemaal geen inkomsten meer uit de markt kan genereren op de momenten dat hij wél voorraad heeft ("hetgeen mij dubbel zou duperen"). De toon is formeel en beleefd, typerend voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.

28 december 1940 Jaar: 1940
745 / 745-324 — pagina 53

Dienstnota / Archiefkaart (Marktwezen Amsterdam).

Dit document is een administratief verslag van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de zaak is een verzoek van marktkoopman A. van Praag. Vanwege de oorlogsomstandigheden kampt hij met een nijpend tekort aan grondstoffen voor zijn nering: het maken van sigaren. Hij geeft aan dat hij nog tot eind maart materiaal heeft, maar daarna "is het afgelopen". Van Praag verzoekt om zijn vaste staanplaats op de markt in de Uilenburgermarkt te mogen behouden, ook als hij tijdelijk niets te verkopen heeft, zodat hij de tijd krijgt om over te stappen op een ander handelsartikel. De behandelend ambtenaar (mogelijk A.J. de Kan) adviseert positief: Van Praag mag zijn plek houden tot eind maart 1941, mits hij het wekelijkse marktgeld blijft doorbetalen. De verschillende data en parafen tonen de ambtelijke molen waarin het verzoek in januari 1941 werd afgehandeld.

Jaar: 1940
745 / 745-324 — pagina 55

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag voor het archief).

In deze brief reageert de directeur van de gemeentelijke marktdienst op een verzoek van de heer A. van Praag. Van Praag had eind december 1940 gevraagd of hij zijn staanplaats op de markt in de Uilenburg tijdelijk onbezet mocht laten. De directeur verleent deze toestemming tot eind maart 1941, mits aan één strikte voorwaarde wordt voldaan: het marktgeld moet wekelijks worden doorbetaald aan de dienstdoende ambtenaar. Dit wijst erop dat het recht op de standplaats behouden bleef zolang de financiële verplichtingen aan de gemeente werden nagekomen, ongeacht of de koopman daadwerkelijk aanwezig was om handel te drijven.

22 februari 1941 (verzonden op 24 februari 1941). Jaar: 1940
745 / 745-324 — pagina 56

Getypte officiële brief (doorslag of archiefkopie).

* **Inhoud:** De brief is een reactie op een verzoek van de heer A. van Praag van 28 december 1940. Hem wordt toestemming verleend om zijn standplaats op de markt in de Uilenburgerstraat ("markt Uilenburg") tijdelijk onbezet te laten tot eind maart 1941. * **Voorwaarde:** Ondanks zijn afwezigheid blijft de heer Van Praag verplicht het wekelijkse marktgeld te betalen aan de dienstdoende ambtenaar. * **Administratieve context:** De aanduiding "Wijk 10" verwijst naar de administratieve indeling van de stad. De letter "M" in het referentienummer staat waarschijnlijk voor "Marktwezen". De handgeschreven aantekening "Extra" suggereert een afwijkende of spoedeisende behandeling.

22 februari 1941. Jaar: 1940
745 / 745-310 — pagina 68

Kennisgeving van ziektegeval (COPIE).

* **Persoonsgegevens:** Het betreft een melding voor Mr. A. van Praag. De titel 'Mr.' (Meester in de rechten) duidt op een juridische achtergrond. Hij is werkzaam als secretaris bij de Dienst Marktwezen. * **Administratieve details:** Het is het eerste ziekteverzuim van het jaar 1940. De betrokkene is een man, geboren in 1903, en valt onder salarisgroep X als ambtenaar in vaste dienst. * **Correcties:** Op het formulier is de datum handmatig aangepast van 10 naar 9 januari. Ook is de voorgedrukte tekst voor "Leeftijd" doorgehaald en vervangen door de getypte tekst "Geboortejaar: 1903". * **Adres:** De Gerard Terborgstraat 40 II bevindt zich in de Amsterdamse wijk Oud-Zuid.

9 januari 1940. Jaar: 1940
745 / 745-336 — pagina 78

Notulen (vergaderverslag).

Dit document bevat de notulen van een ambtelijke commissie die beslist over de toekenning van ventvergunningen (vergunningen om op straat handel te drijven). De hoofdzakelijke focus in dit deel van de notulen ligt op het onderzoek naar de geloofwaardigheid van een aanvrager, de heer W.F. Spijkerman. Uit de tekst blijkt een strenge controle op de beroepsstatus van aanvragers. De gemeente heeft bij grote bedrijven (BPM, British Tobacco) en via een controleur van het Marktwezen geverifieerd of Spijkerman daadwerkelijk als zelfstandig venter werkzaam was. De conclusie is negatief: hij wordt eerder gezien als iemand die losse klussen doet of een klantenkring van een winkelier overnam, in plaats van een bonafide zelfstandige straathandelaar. Daarnaast wordt op de agenda de problematische grens tussen ambulante handel en bedelarij aangestipt (punt 4).

19 maart 1940. Jaar: 1940
745 / 745-326 — pagina 137

Document

In deze brief verzoekt Mr. A. van Praag om een gesprek met de Officier van Justitie naar aanleiding van een artikel in het "Nationale Dagblad". Hij ageert tegen de beschuldigingen van "terreur" en "broodroof" die in dat artikel tegen hem en twee collega's zijn geuit. Van Praag acht de aantijgingen dusdanig ernstig dat hij aandringt op strafrechtelijke vervolging van de verantwoordelijken voor het artikel. De brief is geschreven in een uiterst beleefde, ambtelijke stijl die kenmerkend is voor die periode.

22 februari 1940. Jaar: 1940
745 / 745-326 — pagina 140

Document

Het document betreft een moeizaam geformuleerd concept voor een verzoek om een onderhoud, waarschijnlijk gericht aan een justitiële autoriteit (gezien de afkorting "E.A.", Edelhoogachtbare). De auteur, Mr. Arnold van Praag, reageert op zware beledigingen en beschuldigingen die tegen hem zijn geuit. Hij noemt expliciet dat hij is uitgemaakt voor "jood" en "marxist" en wordt beschuldigd van "terreur" en "broedermoord". De vele doorhalingen tonen de worsteling van de auteur om de juiste juridische of diplomatieke toon te vinden. Aanvankelijk lijkt hij aan te sturen op een "strafvervolging" wegens smaad of laster, maar in de uiteindelijke redactie lijkt hij zich te beperken tot een verzoek om te worden ontvangen voor het "geven van inlichtingen". De term "broedermoord" is saillant; dit wijst in de context van de toenmalige arbeidersbeweging vaak op de felle strijd tussen sociaaldemocraten (zoals het NVV) en communisten.

Jaar: 1940
745 / 745-326 — pagina 143

Dienstbrief van het Openbaar Ministerie (Officier van Justitie).

Het betreft een formele uitnodiging voor een bespreking op het parket van de Officier van Justitie in Den Haag. De toon is zakelijk en volgt de ambtelijke conventies van die tijd (bijv. "te mijnen Parkette"). Opvallend is de datum: 24 februari 1940. Dit is minder dan drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. De letter 'M' in de referentienummers kan duiden op zaken die te maken hebben met de mobilisatie of een specifieke militaire/bestuurlijke classificatie. De ontvanger, Mr. A. van Praag, was de secretaris van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam, de instantie die verantwoordelijk was voor de markthallen aan de Jan van Galenstraat.

24 februari 1940. Jaar: 1940
745 / 745-338 — pagina 163

Notulen van een vergadering.

* **Inhoud:** Het document verslaat de start van de 11e vergadering van de adviescommissie. De kernpunten zijn een wisseling van de wacht (Dijkstra vervangt Wijnschenk) en de noodzaak om de openingstijden aan te passen aan de dreigende oorlogssituatie. * **Vorm:** Formeel-ambtelijke stijl. Opvallend is het gebruik van gespatieerde letters voor de koppen ("N o t u l e n", "A a n w e z i g") en de consequente onderstreping van agendapunten. De aanwezigheidslijst is zeer specifiek, inclusief titels. * **Tijdsgeest:** De datum van de vergadering, 22 april 1940, is cruciaal. Dit is minder dan drie weken voor de Duitse inval in Nederland (10 mei 1940). De spanning van de naderende oorlog is direct voelbaar in punt 3 van de agenda. * **Kernpersonen:** Dr. A. v.d. Laan (Voorzitter) en Mr. A. van Praag (Secretaris). Onder de leden bevinden zich namen die vaker voorkomen in de Amsterdamse handelsgeschiedenis van die tijd.

Jaar: 1940
745 / 745-338 — pagina 211

Notulen van een vergadering (Commissie van Advies voor de Centrale Markt).

Deze notulen leggen een specifiek conflict vast binnen het Amsterdamse marktwezen aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. De kern van de discussie is de spanning tussen de officiële regels van de Centrale Markt (aan de Jan van Galenstraat) en de informele, "clandestiene" praktijk op het Waterlooplein. **Kernpunten:** * **Reglementering:** Men probeert de Centrale Markt te beschermen door kopers te verplichten hun waar uitsluitend bij daar gevestigde grossiers te betrekken. * **De "Clandestiene" Markt:** Al meer dan tien jaar wordt er op zondagochtend op het Waterlooplein een informele fruitmarkt gehouden. Ondanks dat dit in strijd is met de APV en marktverordeningen (die zondaghandel verbieden), werd dit gedoogd. * **Economische schaal:** De markt is aanzienlijk, met tot 25 groothandelaren en 800 kopers (voornamelijk straatventers). * **Handhaving en controle:** De discussie verschuift aan het einde naar de status van de venters. Men stelt vast dat veel kopers geen geldige vergunning hebben voor de verkoop van fruit, maar bijvoorbeeld alleen voor vis of lompen.

Donderdag 25 juli 1940. Jaar: 1940
745 / 745-340 — pagina 212

Handgeschreven verzoekschrift / zakelijke brief.

De brief is een formeel verzoek van een marktkoopman, A. van Praag, aan de gemeente Amsterdam. De schrijver vraagt om ontheffing van de plicht om zijn standplaats op de weekmarkt aan het Mosplein (Amsterdam-Noord) te bezetten. Hij voert aan dat hij door de "tijdsomstandigheden" — een veelgebruikt eufemisme voor de gevolgen van de Duitse bezetting — geen handelswaar meer kan inkopen. De schrijver vermeldt expliciet dat hij nu afhankelijk is van "M.S." (Maatschappelijke Steun), de toenmalige vorm van bijstand. Hij spreekt de hoop uit zijn handel in de toekomst te kunnen hervatten en wil daarom zijn recht op de standplaats (vergunning nr. 14) niet definitief verliezen. De blauwe aantekening "M. Insp" bovenin duidt erop dat de brief is doorgeleid naar de Marktinspecteur voor behandeling.

28 november 1940. Jaar: 1940
745 / 745-312 — pagina 257

Notulen (verslag van een vergadering).

Het betreft een formeel verslag van de 68ste vergadering van een adviescommissie die zich bezighield met de regulering van straathandel (venten) in Amsterdam, kort voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De tekst bevat de standaard onderdelen van notulen: aanwezigheid, agenda en de afhandeling van de eerste punten. Opvallend is de gedetailleerde wijze waarop individuele vergunningsaanvragen werden getoetst. In het geval van de heer A. Worms werd historisch onderzoek gedaan naar zijn werkzaamheden in de periode 1930-1933 om te bepalen of hij van het venten zijn beroep had gemaakt. Dit wijst op een streng beleid waarbij verworven rechten of continuïteit in het beroep een rol speelden bij het toekennen van nieuwe vergunningen. De taal is formeel-ambtelijk met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "vacantie", "zyn", "terwyl", "wyk").

17 april 1939. Jaar: 1940
745 / 745-313 — pagina 314

Notulen (vergaderverslag).

Dit document is een getypt officieel verslag van een adviescommissie die zich bezighield met het marktwezen. De tekst illustreert de bureaucratische processen in Nederland aan het eind van de jaren dertig. Belangrijke aspecten van de inhoud: * **Regelgeving:** Er worden strikte voorwaarden gesteld aan wie als assistent op een markt mag werken. Er is sprake van een verplichte schriftelijke aanvraag en een "legitimatiekaart" met foto's, wat duidt op een behoefte aan controle en overzicht op de marktdeelnemers. * **Leeftijdsgrenzen:** De documenten leggen vast dat assistenten in de regel minstens 18 jaar oud moeten zijn, met een uitzondering voor directe familieleden (vanaf 16 jaar), mits de directeur hiervoor toestemming geeft. * **Taal en Vorm:** Het gebruik van de 'n'-uitgang in de naamvallen ("den 18-jarigen leeftijd", "den plaatshouder") en de spelling van woorden als "pasphoto's" is kenmerkend voor de officiële schrijftaal van voor de Tweede Wereldoorlog.

Maandag 10 oktober 1938. Jaar: 1940
745 / 745-311 — pagina 371

Doorslag van een officiële brief (dienstbrief).

Dit document is een zakelijke mededeling betreffende personele wijzigingen in de top van de Amsterdamse gemeentelijke dienst "Marktwezen". De kernpunten zijn: 1. **Ontslag Dr. A. van der Laan:** Per 1 november 1940 is hij niet langer directeur. 2. **Aanstelling C.F. Sixma:** Hij neemt de functie waar als waarnemend directeur. 3. **Ontheffing Mr. A. van Praag:** Hij was de aangewezen vervanger (beheerder) bij afwezigheid van de directie, maar is per 26 november 1940 uit die functie ontheven. Het taalgebruik is formeel-ambtelijk ("heb ik de eer U hierbij te berichten") en hanteert de spelling van voor de grote spellingshervorming (bijv. "den Heer", "heeren").

3 december 1940. Jaar: 1940
745 / 745-311 — pagina 373

Officiële brief (doorslag op dun papier).

* **Inhoud:** De brief informeert het Gemeentelijk Girokantoor over wijzigingen in de directie van het Amsterdamse Marktwezen. 1. Dr. A. van der Laan is per 1 november 1940 ontslagen als directeur. 2. C.P. Sixma is aangesteld als waarnemend directeur. 3. Mr. A. van Praag is per 26 november 1940 ontheven van zijn functie als plaatsvervangend beheerder. * **Toon:** Formeel-administratief en zakelijk. Het document is bedoeld om de tekenbevoegdheid en financiële verantwoordelijkheid binnen de gemeentelijke diensten administratief vast te leggen.

3 december 1940. Jaar: 1940
745 / 745-310 — pagina 428

Melding van ziektegeval (ziektekaart) van een gemeentelijk ambtenaar.

Dit document is een officiële kopie van een ziekmelding voor de controlerend gemeentearts van Amsterdam. Het betreft Abraham (A.) van Praag, een hooggeplaatste ambtenaar (Secretaris, salarisgroep IX) bij de Dienst Marktwezen. Hij woonde in de Gerard Terborgstraat in Amsterdam-Zuid. De kaart geeft administratieve details weer over zijn aanstelling: hij was een ambtenaar in vaste en volle dienst. Het was zijn tweede ziekteverzuim in het jaar 1940. De stempel "SA" in het kenmerk staat waarschijnlijk voor de afdeling Sociale Aangelegenheden van de gemeente.

23 oktober 1940 (aanvang ziekte 22 oktober 1940). Jaar: 1940
745 / 745-347 — pagina 149

Notulen van een ambtelijke vergadering.

* **Inhoud:** Dit document betreft de opening en de eerste agendapunten van een vergadering van een adviescommissie die gaat over het verlenen van ventvergunningen (vergunningen voor straathandel). De nadruk ligt op de formele afhandeling van de agenda en het inpassen van externe gasten (de ijsfabrikantenbond). * **Structuur:** De notulen volgen een standaard ambtelijke structuur: kop met datum/tijd, presentielijst, agenda-overzicht, en vervolgens de verslaglegging per agendapunt. * **Belangrijke actoren:** * **Dr. A. v. d. Laan:** De voorzitter van de commissie. * **NYFAH:** De belangenvereniging van ijsfabrikanten, die een punt op de agenda heeft over venters in loondienst. * **Jacob Tak en David Blitz:** Individuele burgers die een vergunning hebben aangevraagd. * **Taalgebruik:** Het taalgebruik is formeel en typerend voor de vroege 20e eeuw (bijv. "den leden", "n.m.", "j.l.", "Yscofabrikanten").

6 mei 1935. Jaar: 1941
745 / 745-345 — pagina 153

Document

Het document betreft een financiële verantwoording van personeelsuitgaven, vermoedelijk van een overheidsinstelling. De bedragen achter de namen lijken jaarsalarissen of pensioengrondslagen te zijn, uitgedrukt in guldens (ƒ). Belangrijke administratieve details: * **Mutaties**: Het document registreert het overlijden van C. Paats op 10 december 1940. * **Inhoudingen**: De voetnoot bij het symbool **┌** (Plakké en P. Smit) verklaart dat er bedragen zijn ingehouden voor de inkoop van pensioen over tijdelijke dienstjaren. * **Toelages**: H.M.A. de Wolf ontving een specifieke toelage van ƒ 3,- voor het gebruik van een eigen fiets (rijwiel). * **Verschillen**: Er is een aantekening over een ontbrekend bedrag op de stamkaart van een Dr. v.d. Laan, die zelf niet op deze pagina vermeld staat.

Jaar: 1941
745 / 745-345 — pagina 171

Getypte financiële lijst (bladzijde 2 van een groter document).

* **Administratieve structuur:** De lijst is een vervolgpagina, wat blijkt uit de kop "Transport" (overdracht van het saldo van de vorige pagina: ƒ 76.978,77) en het paginanummer "-2-". Het eindtotaal onderaan de pagina bedraagt ƒ 136.815,09. * **Inhoudelijke details:** * De lijst bevat namen van ambtenaren. Er is specifiek sprake van een "contrôleur" (P. Smit). * Eén persoon, C. Paats, wordt vermeld als overleden op 10 december 1940. * Er zijn correcties en specificaties aangebracht via symbolen: * Een schuine streep (/) duidt op een inhouding voor pensioeninkoop over tijdelijke dienstjaren. * Een hoeksymbool (∟) bij H.M.A. de Wolf geeft aan dat er een rijwieltoelage (fietstoelage) van 3 gulden in het bedrag is verwerkt. * Een plus-symbool (+) verwijst naar een ontbrekende boeking op de stamkaart van een Dr. v.d. Laan voor de periode eind 1940. * **Valuta:** De bedragen zijn genoteerd in Nederlandse guldens (ƒ).

Jaar: 1941
745 / 745-345 — pagina 175

Document

* **Structuur:** De lijst is alfabetisch geordend op achternaam. Het is een vervolgblad, aangegeven door het paginanummer "-2-" en de post "Transport" (het saldo van de vorige pagina). * **Financieel:** Bedragen worden genoteerd in guldens (ƒ), waarbij dubbele aanhalingstekens (") worden gebruikt als 'ditto'-teken voor het valutasymbool. * **Aantekeningen:** Er zijn specifieke handgeschreven symbolen gebruikt om uitzonderingen of details te duiden: * **⟋ (Schuine streep met haak):** Verwijst naar pensioeninhoudingen voor P. Plakké en P. Smit. * **⌞ (Hoek):** Verwijst naar een ontbrekende boeking voor een Dr. v.d. Laan (niet op deze lijst vermeld, waarschijnlijk op pagina 1). * **Ł (Gekruiste L):** Verwijst naar een rijwieltoelage (fietsvergoeding) voor H.M.A. de Wolf. * **Bijzonderheden:** Bij C. Paats staat vermeld dat deze op 10-12-1940 is overleden, wat de nauwkeurigheid van de administratie onderstreept. ---

Jaar: 1941
745 / 745-343 — pagina 186

Getypte notitie/verslag van een bespreking.

In dit document wordt de logistieke en economische uitdaging van de voedselvoorziening voor Amsterdam besproken. De kernpunten zijn: 1. **Opslagproblematiek:** Kool is een lastig product omdat het 'ademt' en specifieke bewerking en vloeren (hout) vereist om rot te voorkomen. De pakhuizen van de Centrale Markt zijn hiervoor ongeschikt, met uitzondering van het Koelhuis. 2. **Transport en Brandstof:** Er is een grote afhankelijkheid van vervoer over water. Men vreest dat bij vorst de aanvoer stilvalt. De handel vraagt de gemeente om benzine-garanties voor vrachtwagens, wat duidt op de schaarste aan brandstof in 1940. 3. **Spanning tussen Overheid en Markt:** De gemeente wil zelf voorraden aanleggen ("stoc-vorming"), maar de handel waarschuwt dat dit de vrije markt verlamt. Men stelt een compromis voor waarbij de handel de voorraden beheert, eventueel met gemeentelijke financiering. 4. **Kwantiteit:** Er wordt gesproken over enorme hoeveelheden (8.000 wagons voorraad in de regio Noord-Holland) en de consumptiecapaciteit van de Amsterdamse winkeliers (1.000 winkels).

6 november 1940. Jaar: 1941
745 / 745-343 — pagina 194

Getypte notulen/verslag van een vergadering met handgeschreven correcties.

* **Inhoud:** Het document doet verslag van een zakelijke onderhandeling over de logistiek en financiering van een wintervoorraad groenten (met name wortelen, uien en vatgroenten) voor de stad (waarschijnlijk Amsterdam, gezien de referentie naar de "Centrale Markt"). * **Kernpunten:** * De private handel stelt een budget voor van 71.000 gulden voor de inkoop en 6.250 gulden voor bijkomende kosten. * Er is sprake van specifieke onderhoudskosten zoals "bijvullen en bijpekelen" van groenten in vaten en de huur van duizenden kisten. * Er ontstaat een discussiepunt over de termijn: de overheid (de Gemeente) wil langer zeggenschap over de voorraad dan eind januari, wat de handel voorstelt. * **Vorm:** Het betreft een officieel verslag. De handgeschreven correcties (zoals "haar" naar "zyn" en het invoegen van "noodige") wijzen erop dat dit een conceptverslag is dat nauwkeurig werd nagelopen op feitelijke of taalkundige juistheid.

14 november 1940. Jaar: 1941
745 / 745-350 — pagina 399

Formulier "Kennisgeving opzegging vaste plaats" (marktwezen).

Dit document is een officiële afstandsverklaring van een vaste marktplaats op de Dappermarkt in Amsterdam door ene A. van Praag. Het formulier is gedateerd op 5 februari 1941 en geeft aan dat de marktkoopman zijn recht op standplaats nummer 59 opgeeft per 10 februari 1941. De handtekening onderaan is voorafgegaan door een handgeschreven kruisje. Administratieve stempels onderaan bevestigen de verwerking van deze opzegging in de week van 10 februari 1941.

Jaar: 1941
745 / 745-346 — pagina 431

Notulen (vergaderverslag).

Dit document bevat de eerste pagina van de notulen van de 58ste vergadering van een adviescommissie die gaat over ventvergunningen (straatverkoop). De belangrijkste punten op de agenda en in de bespreking zijn: 1. **Beleidsvraagstuk oudere venters:** Er wordt gedebatteerd over het intrekken van vergunningen van venters boven de 60 jaar die volledige financiële ondersteuning (steun) ontvangen. 2. **Iepenplein:** Er wordt een ventverbod overwogen voor het Iepenplein en omgeving vanwege de komst van een vaste markt aldaar. 3. **Individuele casussen:** De aanvragen van W. Belinfante en J. Vermey voor een vergunning zijn afgewezen. In het geval van Vermey is de afwijzing gebaseerd op een historisch criterium: hij was in september 1933 niet geregistreerd als venter.

21 maart 1938. Jaar: 1941
745 / 745-346 — pagina 464

Notulen (vergaderverslag).

Het document is een verslag van een ambtelijke adviescommissie die gaat over de regulering van straathandel (venten). De belangrijkste punten uit deze vergadering zijn: * **Handhaving en Overlast:** Er is sprake van aanhoudende overlast door venters in de Camperstraat (Amsterdam-Oost). De commissie zoekt naar maatregelen om dit te beperken. * **Beleidsregels:** Er wordt verwezen naar een strikte datum (1 januari 1935) waarvóór vergunningen aangevraagd hadden moeten zijn. Dit duidt op een ontmoedigingsbeleid vanuit de gemeente om het aantal straatverkopers te limiteren. * **Individuele Casuïstiek:** * De aanvraag van **Mw. R. Piller Moffie** is afgewezen. * De casus van **C. de Waal** zorgt voor discussie. Hoewel de commissie blijkbaar kritisch was (zie het bezwaar van de heer Presser), heeft de Wethouder besloten hem tóch een vergunning te verlenen op basis van feiten uit 1933. * **Besluitvorming:** De commissie adviseert, maar de Wethouder voor Levensmiddelen neemt de uiteindelijke beslissing.

27 november 1939. Jaar: 1941
745 / 745-373 — pagina 65

Getypte notulen van een vergadering.

* **Taalgebruik:** Het document is opgesteld in formeel-ambtelijk Nederlands. Opvallend is het gebruik van de letter 'y' waar men tegenwoordig 'ij' zou verwachten (bijv. "vyftigste", "zyn", "ongewyzigd"), wat typerend is voor de spellingvoorkeur van sommige schrijfmachines of de overgangsperiode in spelling in die tijd. * **Bestuurlijke structuur:** De commissie adviseert het college van Burgemeester en Wethouders. De aanwezigheid van een Inspecteur van Politie als lid onderstreept het handhavingsaspect van ventvergunningen. * **Inhoudelijke punten:** De agenda toont een mix van routinezaken (notulen) en specifieke vergunningsaanvragen. De aanvraag van W. Belinfante voor een standplaatsvergunning is een concreet dossierpunt. Ook de inzameling van oud papier was blijkbaar een onderwerp dat onder de vlag van ventvergunningen of straathandel viel.

Maandag 10 januari 1938, om 14:30 uur (2½ uur n.m.). Jaar: 1942
745 / 745-377 — pagina 229

Getypte brief (doorslag/carbon-kopie) op officieel briefpapier van de Joodsche Raad voor Amsterdam.

Deze brief dient als een formele oproep voor een spoedvergadering van een subcommissie van de Joodsche Raad. De kern van de brief is de verwijzing naar "mededeelingen" die de voorzitters Asscher en Cohen de dag ervoor hadden gedaan. Gezien de uiterst precaire situatie in oktober 1942, toen de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam in volle gang waren, betroffen dergelijke mededelingen vrijwel altijd nieuwe verordeningen van de Duitse bezetter (de *Beauftragte*), wijzigingen in de vrijstellingslijsten (*Sperren*) of de logistiek rondom de transporten naar Westerbork. Het document valt op door de strikte administratieve structuur; elke genodigde wordt geïdentificeerd met een specifiek registratienummer (A-nummer). Dit weerspiegelt de bureaucratische controle die de bezetter via de Joodsche Raad uitoefende op de Joodse bevolking.

20 oktober 1942. Jaar: 1942
745 / 745-393 — pagina 417

Medische verklaring / doktersattest.

Deze verklaring is opgesteld door de Joodse arts Willem Polak voor zijn patiënt, de heer A. van Praag. De arts verklaart dat de patiënt op 23 december 1941 uit het ziekenhuis is ontslagen, maar dat zijn gezondheidstoestand het nog niet toelaat om zijn werkzaamheden op de markt te hervatten. De latere aantekeningen onderaan het document lijken van administratieve aard te zijn, waarschijnlijk toegevoegd door een instantie die de ziektemelding verwerkte (mogelijk de Joodse Raad of een sociale dienst). Het adres "Uiterwaardenstr. 142 I" verwijst naar de woning van de patiënt in de Amsterdamse Rivierenbuurt. De notities "Opgev. 5/1-42" (opgegeven) en "ing. 22/12-41" (ingangsdatum) duiden op de administratieve verwerking van de ziekteperiode.

30 december 1941. Jaar: 1942
745 / 745-401 — pagina 46

Notulen (vergaderverslag).

* **Taalgebruik:** Formeel ambtelijk Nederlands met archaïsche spelling (zoals "heeren", "den", "afwisselenden"). * **Kerninhoud:** De notulen behandelen hoofdzakelijk de aanpassing van werktijden voor het winterseizoen 1940/1941. Opvallend is dat de tijden gedurende de wintermaanden opschuiven naar een latere aanvang (tot 10:00 uur in december/januari), waarschijnlijk om gebruik te maken van het daglicht. * **Arbeidsvoorwaarden:** In de rondvraag worden specifieke personeelszaken besproken, zoals een onregelmatigheidstoeslag (5%) voor een specifieke functionaris en de wens voor collectieve promotie naar een hogere salarisgroep voor controleurs op de Centrale Markt.

Vrijdag 15 november 1940. Jaar: 1943