Dit document is een juridische verkenning door een subcommissie naar de mogelijkheden om de overlast (hinder) van pluimveeslachterijen in een stedelijke omgeving te reguleren. De belangrijkste punten zijn: 1. **Scope-beperking:** Men adviseert om 'wild' buiten de regeling te laten wegens een gering consumptievolume en weinig overlast, maar 'konijnen' expliciet toe te voegen vanwege het hoge consumptieniveau en de noodzaak tot keuring. 2. **Juridische grondslag:** De commissie toetst de uitvoerbaarheid aan drie bestaande wetten: de Hinderwet, de Warenwet 1919 en de Gemeentewet. 3. **Definitiekwestie:** Er ontstaat een juridisch knelpunt bij de Hinderwet. De toenmalige wet sprak over "slachterijen", maar het was onduidelijk of pluimveeslachterijen hieronder vielen. De subcommissie concludeert dat dit bij de huidige wet waarschijnlijk niet het geval is, aangezien er op dat moment een nieuw wetsvoorstel in voorbereiding was om dit hiaat te dichten.
Het document weerspiegelt de bestuurlijke zorgen in de jaren '30 over volksgezondheid en stedelijke hinder in een periode van toenemende bevolkingsdichtheid en professionalisering van de voedselketen. Het feit dat de secretaris van het "Marktwezen" betrokken is, duidt erop dat het hier waarschijnlijk gaat om een grote stad (zoals Amsterdam) waar de controle op markten en slachtplaatsen een prioriteit was. De discussie illustreert de overgang van versnipperde lokale verordeningen naar meer gestandaardiseerde nationale wetgeving op het gebied van hygiëne en milieuhinder. De tekst breekt halverwege een argument over de houding van de Regering af, wat suggereert dat dit een eerste pagina is van een langer rapport.