Dit document is een ambtelijk advies of verslag van een sub-commissie aan de voorzitter van een specifieke commissie in Amsterdam. De kern van het schrijven is het bepalen van de reikwijdte van nieuwe regelgeving omtrent het slachten en keuren van dieren. De sub-commissie adviseert om de regels te beperken tot **pluimvee** en **konijnen**. De argumentatie hiervoor is tweeledig: 1. **Wild** wordt in te kleine hoeveelheden geconsumeerd en het slachten ervan veroorzaakt weinig overlast (hinder). 2. **Konijnen** moeten juist wel worden opgenomen vanwege het hoge consumptieniveau, wat een strengere keuring noodzakelijk maakt. Het document besluit met de juridische grondslagen waarop de voorgestelde regeling gebaseerd kan worden, waarbij de Hinderwet, de Warenwet en de Gemeentewet worden genoemd.
Het document dateert uit 1937, een periode waarin de stad Amsterdam groeide en de noodzaak voor striktere hygiëne- en overlastregels (volksgezondheid) toenam. De genoemde **Ir. M.E.H. Tjaden** was een belangrijk figuur binnen de Amsterdamse publieke sector; hij was onder andere directeur van de Dienst der Publieke Werken en betrokken bij Bouw- en Woningtoezicht. De spelling in het document is de vooroorlogse spelling (zoals "bestudeeren", "den hinder"), wat consistent is met de datering. Het Marktwezen (onder leiding van de genoemde Mr. A. van Praag) hield toezicht op de handel en kwaliteit van levensmiddelen in de stad. Het document illustreert hoe lokale overheden zochten naar een balans tussen economische bedrijvigheid (slachterijen) en het beperken van overlast voor omwonenden via de Hinderwet.