← Terug
Archief 745
Inventaris 745-336
Pagina 78
Dossier 11
Jaar 1940

Notulen (vergaderverslag).

19 maart 1940.

Samenvatting

Dit document bevat de notulen van een ambtelijke commissie die beslist over de toekenning van ventvergunningen (vergunningen om op straat handel te drijven). De hoofdzakelijke focus in dit deel van de notulen ligt op het onderzoek naar de geloofwaardigheid van een aanvrager, de heer W.F. Spijkerman. Uit de tekst blijkt een strenge controle op de beroepsstatus van aanvragers. De gemeente heeft bij grote bedrijven (BPM, British Tobacco) en via een controleur van het Marktwezen geverifieerd of Spijkerman daadwerkelijk als zelfstandig venter werkzaam was. De conclusie is negatief: hij wordt eerder gezien als iemand die losse klussen doet of een klantenkring van een winkelier overnam, in plaats van een bonafide zelfstandige straathandelaar. Daarnaast wordt op de agenda de problematische grens tussen ambulante handel en bedelarij aangestipt (punt 4).

Historische Context

De datum van de vergadering, 19 maart 1940, is saillant: dit is slechts twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. De bureaucratische processen in steden als Amsterdam (gezien de verwijzing naar "Stadhuize" en grote handelsondernemingen) liepen op dat moment nog op volle toeren. De strikte regulering van ventvergunningen was in deze periode een middel om de openbare orde te handhaven en "verkapte bedelarij" tegen te gaan, wat in tijden van economische schaarste een veelvoorkomend probleem was. De namen van de commissieleden (waaronder Presser) en aanvragers (Pach) suggereren een context binnen de vooroorlogse Amsterdamse samenleving, waar de ambulante handel een belangrijke bron van inkomsten was voor de lagere sociale klassen, waaronder een aanzienlijk deel van de Joodse bevolking.

Genoemde Personen

A. Pach A. van Praag W.F. Spijkerman

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Transcriptie

VB/HG. <u>N o t u l e n</u> van de 76ste vergadering van de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen, gehouden op Dinsdag, 19 Maart 1940 te 2 uur n.m. <u>A a n w e z i g</u> : De Voorzitter: Dr. A.v.d. Laan; de Secretaris: Mr. A. van Praag; de leden: Gaaikema, Neeter, Presser en Seegers. <u>Afwezig</u> (met kennisgeving): het lid Van 't Hek. De agenda luidt: 1. Goedkeuring notulen van de 75ste vergadering d.d. 26 Februari jl.; 2. Mededeelingen en ingekomen stukken; 3. Voortzetting bespreking verleening ventvergunningen aan W.F. Spijkerman en A. Pach; 4. Bespreking inzake eventueele intrekking wegens bedelarij der ventvergunningen van vijf venters met strikjes en speldjes; 5. Rondvraag. <u>De Voorzitter</u> opent de vergadering en stelt aan de orde punt 1 der agenda: <u>Goedkeuring notulen van de 75ste vergadering d.d. 26 Februari jl.</u> Deze worden ongewijzigd goedgekeurd. Aangezien geen mededeelingen zijn te doen en geen stukken zijn ingekomen, gaat de Voorzitter vervolgens over tot de behandeling van punt 3 der agenda: <u>Voortzetting bespreking verleening ventvergunningen aan W.F. Spijkerman en A. Pach.</u> <u>De Voorzitter</u> deelt mede, dat omtrent W.F. Spijkerman, wiens aanvrage om een ventvergunning in de 75ste vergadering werd behandeld, bij een nader onderzoek ten Stadhuize, niets is komen vast te staan; Spijkerman's naam komt op de sollicitantenlijst voor een ventvergunning niet voor. Evenmin is hij als leverancier bekend bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij en bij de British Tobacco Cy. Een onderzoek door een contrôleur van het Marktwezen ingesteld ter plaatse waar Spijkerman beweert het ventersberoep te hebben uitgeoefend, heeft aangetoond, dat hij eigenlijk niet als venter is te beschouwen. Na 1931 heeft hij eenige maanden vaste klanten, die hij van den winkelier Peuschens had overgenomen, bediend. Overigens verrichtte hij allerlei werkzaamheden, terwijl hij den laatsten tijd vaste klanten bedient met petroleum. Positieve gegevens, dat hij zelfstandig handelde zijn niet verkregen. Evenmin is komen vast te staan, dat hij in 1933 het