← Terug
Archief 745
Inventaris 745-324
Pagina 51
Dossier 100
Jaar 1940

Handgeschreven brief

28 december 1940 Van: A. van Praag, Valkenierstraat 15 III, Amsterdam C. Aan: De Directeur van het Marktwezen, Amsterdam

Samenvatting

In deze brief verzoekt de heer A. van Praag om behoud van zijn marktplaatsvergunning. De kern van zijn probleem is de schaarste aan grondstoffen: door de rantsoenering (distributie) van tabak kan hij onvoldoende sigaren produceren om elke zondag op de markt te staan. Hij vraagt de Directeur van het Marktwezen om uitstel van het intrekken van zijn standplaatsrechten. Hij vreest dat als hij zijn vaste plek verliest, hij helemaal geen inkomsten meer uit de markt kan genereren op de momenten dat hij wél voorraad heeft ("hetgeen mij dubbel zou duperen"). De toon is formeel en beleefd, typerend voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd.

Historische Context

De brief dateert uit december 1940, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De schaarste aan goederen begon in deze periode nijpend te worden, wat leidde tot de uitbreiding van het distributiestelsel. De genoemde "zondagsmarkt op Vilenburg" (Uilenburg) was een bekende markt in de Amsterdamse Jodenbuurt. Gezien de naam van de afzender (Van Praag) en de locatie van de markt, is het zeer waarschijnlijk dat de schrijver van Joodse afkomst was. Dit geeft het document een extra historische laag: in deze periode werden de beperkingen voor Joodse burgers en ondernemers door de bezetter stelselmatig opgevoerd, wat hun economische positie extra kwetsbaar maakte, nog los van de algemene schaarste door de oorlog.

Genoemde Personen

A. van Praag

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Marktwezen

Transcriptie

[Linkerbovenhoek:] Afschrijven. [doorstreept] [Rechterbovenhoek:] Nº 31/68/1 M. 1940 30/12 Amsterdam, 28 December 1940 Den WelEd Gest Heer Directeur van het Marktwezen. Amsterdam WelEd. Gest. Heer, Door de distributie van de tabak, kan ik niet genoeg sigaren maken, om s’Zondags te verkopen. Het heeft dus thans voor mij geen doel de zondagsmarkt op Vilenburg te bezoeken. Ik verzoek U mij uitstel te willen verleene voor het opheffen van mijn recht op de plaats die ik op die markt heb. Wellicht kan ik eens in de paar weken de markt bezoeken. Indien U nu het recht op die plaats opheft zou ik ook dat niet meer kunnen, hetgeen mij dubbel zou duperen. Hoogachtend [Handtekening] A. van Praag Valkenierstraat 15 III A’dam C.