Dit document is een ambtelijke mededeling waarin de voortgang en de juridische complicaties van een voorgestelde regeling worden besproken. De kern van het probleem is dat de sub-commissie streeft naar een verplichte centrale slachting en keuring van wild en gevogelte in Amsterdam, inclusief een verbod op de handel in ongekeurd vlees van buiten de stad. De auteurs concluderen echter dat de toenmalige landelijke wetgeving (in 1937) niet toereikend was om een dergelijke dwingende lokale regeling juridisch te onderbouwen. Het document is getypt met de destijds gebruikelijke spelling ('ij' wordt consequent als 'y' geschreven) en formele toon. Het illustreert de frictie tussen de lokale behoefte aan strenge hygiënische controle en de beperkingen van het vigerende wettelijke kader.
In de jaren dertig van de 20e eeuw nam de aandacht voor volksgezondheid en hygiëne in grote steden als Amsterdam sterk toe. Pluimveeslachterijen veroorzaakten vaak overlast (stank, geluid, ongedierte), wat leidde tot de instelling van commissies om deze hinder te beteugelen. De betrokken personen zijn representatief voor de ambtelijke en wetenschappelijke top van die tijd: Mr. A. van Praag was verbonden aan het Marktwezen (verantwoordelijk voor de handel in de stad) en Dr. Reeser was waarschijnlijk een veterinair deskundige. De verwijzing naar de "huidigen stand der Wetgeving" duidt op de periode vóór de grote moderniseringen in de Vleeskeuringswet en de Hinderwet die later meer centrale regie mogelijk zouden maken.