Levensverhaal

Update 29/10/2024 Deze informatie staat alleen bij de 454 mannen en vrouwen die stonden op de Joodse markt(of een aanvraag hebben gedaan om daar te mogen staan). De informatie zal steeds afhankelijk van het nog lopende onderzoek worden aangepast.   Joodsche Markten (november 1941 – december 1943) De opening van de markten was om 09:00 en het sluiten was afhankelijk van de zonsondergang. De veranderende sluitingstijden van de markten werden middels een kennisgeving gepubliceerd. Openbare kennisgeving 22 augustus 1941 Sluitingsuur markten De Regeeringscommissaris voor Amsterdam brengt ter openbare kennis van marktbezoekers en marktkooplieden, dat de markten hier ter stede, in verband met de verduisteringsmaatregelen uiterlijk een half uur voor zonsondergang door de marktkooplieden moeten zijn ontruimd. Derhalve moeten de markten op Zaterdag 23 augustus a.s. uiterlijk om 20:20 uur zijn ontruimd.     Losse en vaste plaatsen (30 januari 1941) Op 30 januari 1941 schrijft de directeur van het Marktwezen dat er vaste plaatsen of losse plaatsen zijn op de markt. De toewijzing van deze plaatsen geschiedt als volgt: dat vaste plaatshouders voor voorkeurskaarthouders en deze voor ingeschrevenen op de sollicitantenlijst voor een losse plaats in aanmerking komen. Ten slotte wordt zo nodig onder de niet ingeschreven kooplieden geloot. Alleen voor standwerkers geldt deze regeling niet daar het voor de orde op de markten noodzakelijk is hen op een bepaald gedeelte te plaatsen.   Stoppen met uitgeven vergunningen Joodsche venters(20 juni 1941) Op vrijdag 20 juni 1941 komt een nota ter sprake van de Administrateur der afdeeling Levensmiddelen. Deze nota betreft het uitreiken van nieuwe ventvergunningen aan Israëlieten. Uit deze nota blijkt, dat voor eenigen tijd door den Regeeringscommissaris is besloten, dat aan Israëlieten geen nieuwe ventvergunningen zullen worden gegeven. Op 1 augustus 1941 wordt op het voorstel van den Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, bad- en zwembadinrichtingen, door de Regeeringscommissaris voor Amsterdam het volgende besluit genomen:                                                            Besluit: Geen nieuwe standplaatsvergunningen uit te geven aan niet-ariërs.    Verordening over het optreden van Joden in het openbaar (15 september 1941) >>  Art.2. Voorts is aan Joden verboden het directe of indirecte deelnemen aan openbare markten, met inbegrip van de veemarkten, openbare veilingen en goederenbeurzen, alsmede het betreden van abattoirs verboden. >>  Art. 7. Wie in strijd handelt met de bepalingen van art. 1, 2, 3 en 5 of deze ontduikt, wordt – voor zoover niet krachtens andere voorschriften een zwaardere straf wordt toegepast – bestraft met hechtenis met een maximum van zes maanden en een boete met een maximum van 1000 gulden of met een van deze straffen. Aan dezelfde straf is onderhevig hij, die een ontduiking van deze bepalingen in de hande werkt, mogelijk maakt of daarbij zijn medewerking verleent.   Onderzoek locatie Joodsche Markten (14 oktober 1941) Ingevolge uw opdracht is door mij onderzocht op welke wijze uitvoering kan worden gegeven aan de bepalingen in artikel 2, jo. Art. 4 van de Verordening van den Commissaris-Generaal voor de Veiligheid van 18 september j.l. over het optreden van Joden in het openbaar. Het aanvankelijk onderzoek leidde tot het resultaat dat, zoo er naar gestreefd moest worden slechts daar markten voor Joodsche kooplieden te doen zijn waar een Joodsche bevolking van omvang woont, er dan plaats zou zijn voor het instandhouden van de Nieuwmarkt en het Waterlooplein met de daaraan verbonden markt aan den Zwanenburgwal, als zijnde markten, welke nagenoeg uitsluitend door Joodsche kooplieden gezet zijn, terwijl voorts voor de Oosterpark- en Transvaalbuurt, met een gezamenlijke Joodsche bevolking van rond 22.000 personen een markt zou kunnen worden gevestigd aan de Tugelaweg en voor het gedeelte van het Zuidelijk stadskwartier, begrensd door Ceintuurbaan, Rivierenlaan, Amstel en Boerenwetering, waar een Joodsche bevolking van 21.000 personen woont, een markt aan de Uiterwaardestraat hoek Hunzestraat zou kunnen worden bevestigd. Nader overleg tussschen U en bevoegde Duitsche autoriteiten leidde tot de opdracht te zoeken naar omsloten marktterreinen, zoodat op eenvoudige wijze controle kan worden uitgeoefend op het bezoek aan deze markten, welke uitsluitend door de Joodsche bevolking zou mogen geschieden. Laatstbedoeld onderzoek heeft er toe geleid, dat geen andere terreinen als hier bedoeld in aanmerking kunnen komen, dan kinderspeel- of sportterreinen. Gebonden te zoeken in buurten, waar een beteekenend aantal van de Joodsche bevolking woont, kan U thans worden voorgesteld om voor het houden van Joodsche markten te gebruiken; 1 de kinderspeelplaats Centrum aan het Waterlooplein; den Oosterspeeltuin aan de Joubertstraat en 3 den speeltuin, Afdeling Zuid aan de Gaaspstraat. Naar een voorlopige schatting zal de speelplaats aan het Waterlooplein plaats bieden voor 150 kooplieden, de speelplaats aan de Joubertstraat aan 180 a 200 kooplieden en de speelplaats aan de Gaaspstraat aan 250 kooplieden. Bij de berekening van het aantal plaatsen is er voorloopig van uitgegaan om de vaste speeltoestellen niet te verwijderen. Ik moge U voorstellen daartoe ook niet eerder over te gaan, dan nadat gebleken is dat aan meer marktplaatsen behoefte is. In totaal zal er voorhands dus voor 600 Joodsche marktkooplieden op de hierboven genoemde in te richten markten een plaats zijn. De Gemeentelijke Adviseur voor de Voedings- en Distributieaangelegenheden,   Aanvraag Joodsche markten (28 oktober 1941) Hierbij deel ik u mede, dat met ingang van 3 november a.s. de Joodsche kooplieden niet meer tot de algemeene dag- en weekmarkten en de hulpmarkten daarvan zullen worden toegelaten. Voor deze kooplieden worden de volgende hulpmarkten aangewezen: Speeltuin Waterlooplein; Speeltuin Joubertstraat; Speeltuin Gaaspstraat. In bijlage deze zend ik U een aanvraagformulier, hetgeen voor 31 oktober a.s. volledig ingevuld, voor zoover het gedeelte boven de streep betreft, te mijnen kantore Jan van Galenstraat 14, of ten kantore van den marktambtenaar moet worden ingeleverd.     Tijdelijke hulpmarkten voor Joden (31 oktober 1941) De Burgemeester van Amsterdam, Besluit: Met ingang van 3 november 1941 tot en met 1 januari 1942 als tijdelijke hulpmarkten van de algemene dagmarkten aan te wijzen: den speeltuin op het Waterlooplein, den speeltuin aan de Joubertstraat en den speeltuin aan de Gaapstraat net dien verstande: Dat op voornoemde markten uitsluitend mogen worden uitgestald en verkocht levensmiddelen en textielwaren; Dat op voornoemde markten uitsluitend Joodsche marktkooplieden een plaats kunnen innemen en uitsluitend Joodsche bezoekers aldaar worden toegelaten.   Persbericht (1 november 1941) Joodsche markten Alleen voor Joodsche bezoekers De burgemeester van Amsterdam deelt mede, dat de Joodsche markten in den speeltuin op het Waterlooplein, in den speeltuin aan de Joubertstraat en in den speeltuin aan de Gaaspstraat, welke markten op alle werkdagen worden gehouden, uitsluitend door Joden mogen worden bezocht. Gaaspstraat Start: 15/11/1941 met 199 kooplieden Einde: 25/9/1942 met 15 kooplieden 15/8/1942 stonden er 282 kooplieden   Joubertstraat Start: 22/11/1941 met 60 kooplieden Einde: 25/12/1943 met 20 kooplieden 1/8/1942 stonden er 131 kooplieden   Minervaplein Start: 27/6/1942 met 12 kooplieden Einde: 27/11/1943 met 3 kooplieden 1/8/1942 stonden er 20 kooplieden   Waterlooplein Start: 15/11/1941 met 124 kooplieden Einde: 31/7/1943 met 6 kooplieden 8/8/1942 stonden er 156 kooplieden   Kramenzetters (11 november 1941) Volgens het regelement van de markten is het zonder schriftelijke toestemming van den Directeur van het Marktwezen, verboden, op de markten andere kramen op te zetten of te hebben, dan die, welke gehuurd zijn van personen, aan wie door de Burgemeester en Wethouders vergunning is verleend om kramen, bestemd om op de markt te worden gebruikt, aldaar op een anderen dan voor de markt bestemden tijd op te zetten of te hebben. De bedoelde personen (de kramenverhuurders) betalen ter zake een belasting, het kramengeld, aan de Gemeente. Kooplieden, die hun eigen materiaal willen gebruiken, kunnen op de schriftelijke aanvrage, van mij vergunning krijgen, dit materiaal te blijven gebruiken. De niet – Joodsche stallen- en karrenverhuurders hebben de vraag gesteld of zij voor en na markttijd op de Joodsche markten materiaal voor het uitstallen van goederen mogen brengen en weghalen, dat wil dus zeggen des morgens voor 9 uur en des avonds na markttijd. Naar mijn mening nemen deze stallenzetters direct noch indirect aan de markten deel, terwijl op genoemde tijden geen Joden op deze terreinen aanwezig zijn.   Alleen toegang voor Joden: De kwestie Jozef van Delft (2 januari 1942) Er wordt in Amsterdam nauw toegezien op de strikte naleving van de ingevoerde anti- joodse maatregelen. Zo blijkt uit de correspondentie tussen de hoogste organen binnen het gemeentebestuur: Burgemeester E. Voûte en gemeentesecretaris J.F Franken en de Directeur van het Marktwezen dhr Sixma die is gevoerd tussen 2 en 27 januari 1942 over de overtreding die de marktkoopman  Jozef van Delft zou hebben begaan. Hij zou een ariër op het marktterrein aan de Gaaspstraat hebben toegelaten. Een overtreding die hoog werd opgenomen. Het diende ter voorbeeld en waarschuwing aan de Joodse kooplieden van de zogenaamde ‘Jodenmarkten’. Mark voor Joden vertelt met Stichting Sobibor het verhaal van Jozef van Delft. Bron: link   Aanwijzing tijdelijke hulpmarkt Minervaplein (19 juni 1942) Besluit Met ingang van 20 juni 1942 aan te wijzen als tijdelijke hulpmarkt uitsluitend voor Joodsche verkoopers, Joodsche koopers en Joodsche bezoekers, het zandterrein aan het Minervaplein, begrensd door de Rubenstraat en de Minervalaan, met dien verstande, dat op voorgenoemde hulpmarkt allen groente en nader aan te wijzen levensmiddelen ter markt mogen worden verkocht.   Tweede Beschikking: optreden van Joden in het openbaar (30 juni 1942) Artikel 1. Joden moeten zich van 20 uur tot 6 uur binnen hun woningen ophouden. >>  Artikel 3. (1) Aan Joden is het verboden werkzaam te zijn als straatventer, met uitsluiting op het gebied van den handel in goederen van oude metalen, lompen en afval. >>    Gombault, Wirtschaftsreferent Bureau Beauftragte voor de Stad Amsterdam (15 juli 1942) Naar aanleiding van Uw brief d.d. 13 dezer Akt.wi: Ref. G/L., heb ik de eer U te berichten, dat de vaste plaatsen van Joodsche kooplieden, die in de laatste weken hun plaatsen niet hebben bezet, met ingang van Maandag 13 dezer worden ingetrokken. Deze vaste plaatsen zullen (overeenkomstig hetgeen aan het slot van mijn brief van 30 juni j.l. is vermeld), met ingang van dezen datum worden uitgegeven aan die joodsche kooplieden, die den laatsten tijd regelmatig losse plaatsen op de betrokken markten hebben ingenomen. Er zullen dus uitsluitend vaste plaatsen op de Jodenmarkten zijn, terwijl vanaf heden geen nieuwe vaste plaatsen en voorkeurskaarten zullen worden uitgereikt. De directeur.   Verdere algemene informatie omtrent de Joodsche markten en specifieke marktinformatie over de Gaaspstraat volgt.    Hierboven de aanvraagkaart van 30 oktober 1941 voor een plek op de Gaasptraat.     De politieagent die bij de entree stond om ervoor te zorgen dat er alleen Joden op het terrein kwamen.  Er zijn geen foto's bekend van de markt op de Gaaspstraat. De foto hierboven is een screenshot van een videofragment. Onderstaande kooplieden zijn niet terug te vinden op het Joods monument. Het kan zijn dat de gegevens niet 100% kloppen omdat er soms spelfouten zijn gemaakt. Indien u een persoon herkent en meer informatie heeft, dan hoor ik dat graag zodat ik gegevens aan kan passen. Contact hierover: info@marktvoorjoden.nl   Lijst aangepast per 29/10/2024 Ph Locher: 25/7/1909, onbekend L Vreeland: 17/9/1897, onbekend

Persoonlijke Informatie

update JM

Archiefstukken & Foto's

aanvraagkaart Aanvraagkaart
aanvraagkaart Aanvraagkaart
marktkaart Marktkaart
marktkaart Marktkaart
marktkaart Marktkaart
marktkaart Marktkaart
marktkaart Marktkaart
marktkaart Marktkaart
marktkaart Marktkaart
marktkaart Marktkaart
pasfoto Pasfoto
pasfoto Pasfoto

Archiefdocumenten

745 / 745-278 — pagina 56

Handgeschreven verzoekbrief.

In deze brief verzoekt Mevrouw A. Snoek de marktautoriteiten om officiële toestemming voor hulp bij haar marktkraam. De aanleiding voor dit verzoek is de afwezigheid van haar echtgenoot, die "in dienst is". Ze specificeert dat zij voornamelijk op de Albert Cuypmarkt staat, maar dat de assistentie ook nodig kan zijn op andere markten die zij aandoet. De beoogde assistent wordt expliciet benoemd als haar zwager, H. Snoek. Het document is een formeel verzoekschrift, geschreven in een beleefde en zakelijke toon, typerend voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. ---

4 oktober 1939. Jaar: 1939
745 / 745-278 — pagina 58

Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("BIJBLAD VAN:").

* **Inhoud:** Het document betreft een formeel verzoek van een mevrouw Snoek. Haar echtgenoot, H. Snoek, is vanwege de mobilisatie in militaire dienst. Zij vraagt toestemming om op zijn marktplaats (onder andere op de Albert Cuypmarkt) geholpen te worden door haar zwager, A. Snoek. * **Besluit:** De behandelend ambtenaar (mogelijk 'deMaer') adviseert dat er geen bezwaar is tegen dit verzoek, mits het gaat om assistentie en niet om volledige vervanging op de marktplaats. * **Taalgebruik:** Typisch ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode ("inwilliging van het verzoek", "zoolang", "m.i." oftewel mijns inziens). De doorhalingen wijzen op een concepttekst die ter plekke is geredigeerd voor de definitieve besluitvorming.

6 oktober 1939 (datum doorzending) en 12 oktober 1939 (datum besluit). Jaar: 1939
745 / 745-278 — pagina 60

Getypte doorslag van een officiële brief met handgeschreven kanttekeningen.

In deze brief geeft de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst (hoogstwaarschijnlijk de Marktwezen-dienst) toestemming aan mevrouw H. Snoek om hulp te krijgen bij haar marktkraam. Vanwege de afwezigheid van haar echtgenoot, die in militaire dienst is, mag haar zwager, de heer H. Snoek, haar assisteren op de markt in de Albert Cuypstraat. Er worden twee belangrijke kanttekeningen gemaakt: 1. De zwager mag haar enkel **assisteren** en niet volledig vervangen; de vergunninghoudster moet dus zelf aanwezig blijven. 2. De toestemming is ook geldig voor tijdelijke ("losse") standplaatsen op andere markten in de stad.

14 oktober 1939. Jaar: 1939
745 / 745-278 — pagina 61

Getypte brief (waarschijnlijk een doorslag).

* **Inhoud:** In de brief krijgt mevrouw Snoek officieel toestemming om hulp te krijgen bij haar marktkraam op de Albert Cuypmarkt. De reden hiervoor is dat haar echtgenoot in militaire dienst is. De toestemming is specifiek voor "assisteren" en expliciet niet voor "vervangen", door haar zwager, de heer H. Snoek. De regeling geldt ook voor eventuele andere markten waar zij een standplaats bezet. * **Taalgebruik:** Formeel en ambtelijk ("naar aanleiding van", "d.d. 4 dezer", "verleen ik U hierbij"). Het onderscheid tussen assisteren en vervangen wijst op strikte marktverordeningen waarbij standplaatsen persoonsgebonden waren. * **Staat van het document:** Het betreft een getypte brief op papier dat tekenen van veroudering vertoont. Er zijn enkele handgeschreven toevoegingen die waarschijnlijk door de archiverende instantie zijn aangebracht.

14 oktober 1939. Jaar: 1939
745 / 745-283 — pagina 134

Administratief bijblad/notitiekaart betreffende markttoezicht.

Dit document betreft de afhandeling van een officieel ingediende klacht tussen twee marktkooplieden op de Amsterdamse **Nieuwmarkt** in de zomer van 1939. * **Partijen:** De klager is **M. Bleekrode** (standplaatsen 50 en 51). De tegenpartij is **S. Gobetz** (standplaatsen 141 en 142). * **Inhoud van het geschil:** Hoewel de exacte aard van de klacht niet expliciet wordt genoemd, kan uit de afwijzing worden afgeleid dat het ging om vermeende concurrentievervalsing of hinder door de nabijheid van de kraam van Gobetz. * **Beoordeling:** De inspecteur/ambtenaar oordeelt de klacht als **ongegrond**. De argumentatie is tweeledig: ten eerste is de fysieke afstand tussen de kramen groot genoeg ("flinken afstand"), en ten tweede verkoopt Gobetz sinds twee weken een ander assortiment ("ander artikel") dan Bleekrode, waardoor directe concurrentie niet langer aan de orde is.

Juli – Augustus 1939. Jaar: 1939
745 / 745-282 — pagina 141

Ambtelijk adviesblad / interne notitie (Algemene Zaken Model No. 14).

Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek door ene heer H. Snoek voor een marktplaats op de Lindengracht. De inspecteur ("Insp.") adviseert positief naar aanleiding van een mondelinge toelichting en stelt voor om Snoek tijdelijk een van de opengevallen plaatsen in het derde gedeelte van de markt toe te wijzen, in plaats van de aanvankelijk genoemde plaats nummer 165. Er is echter sprake van bureaucratische controle: een hogere ambtenaar of afdelingshoofd stelt op 3 juni kritische vragen over de juridische grondslag van dit voorstel en vraagt of dit wel conform het vigerende Marktreglement is. De verschillende data en parafen laten de route van het dossier door de gemeentelijke organisatie zien tussen 17 mei en 12 juni 1939.

Jaar: 1939
745 / 745-315 — pagina 11

Administratieve memo/bijblad op een voorgedrukt formulier (Alg. Zaken Model No. 14).

Het document is een ambtelijke afhandeling van een verzoek van een marktkraamhoudster op de Albert Cuypmarkt. Vanwege de mobilisatie van haar echtgenoot (die onder de wapenen is geroepen in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog), kan zij de kraam op maandagen niet zelf bemannen. Ze vraagt toestemming om haar zwager, H. Snoek, als vervanger in te zetten. De ambtenaar oordeelt positief ("m.i. geen bezwaar"), mits dit dient voor het behoud van haar marktplaats. Er wordt opgemerkt dat deze zwager (geboren in 1909) al eerder toestemming had om als assistent op te treden. Het document bevat een duidelijke schrijfstoring ("te mogen te mogen"), wat vaker voorkomt in handgeschreven ambtelijke concepten. De verschillende data en parafen tonen de route van het document door de gemeentelijke hiërarchie.

Jaar: 1940
745 / 745-315 — pagina 13

Doorslag van een officiële brief/besluit van een Amsterdamse gemeentelijke instantie (vermoedelijk de Marktdienst).

* **Afzender:** De Directeur (van de betreffende gemeentelijke dienst, waarschijnlijk Marktkwezen). * **Ontvanger:** Mevrouw H. Snoek, een marktkoopvrouw woonachtig in Amsterdam-Oost. * **Kernboodschap:** Mevrouw Snoek krijgt officiële toestemming om op maandagen haar standplaats op de Albert Cuypmarkt te laten bemannen door haar zwager, A. Snoek. * **Aanleiding:** De echtgenoot van Mevr. Snoek is "gemobiliseerd", waardoor zij hulp nodig heeft bij het drijven van haar nering op de markt. Het betreft een tijdelijke regeling zolang de mobilisatie voortduurt.

25 januari 1940. Jaar: 1940
745 / 745-352 — pagina 84

Intern administratief bijblad/notitieblok van de gemeente (mogelijk Amsterdam, gezien de straatnamen).

Dit document betreft een verzoek van een marktkoopman genaamd H. Snoek voor een uitstel van drie maanden, waarschijnlijk met betrekking tot het exploiteren van zijn marktplaatsen (plek 71 in de Westerstraat en plek 55 aan de Lijnbaansgracht in Amsterdam). De administratieve gang van zaken is als volgt: 1. **12 september 1941:** De marktcontroleur De Wolff neemt kennis van de zaak. 2. **25 september 1941:** Een onbekende functionaris geeft een positief advies met de veelzeggende bewoording "gezien de tijdsomstandigheden". 3. **7 oktober 1941:** Ambtenaar De Haer gaat akkoord met het uitstel, mits de wekelijkse marktgelden wel gewoon worden doorbetaald tijdens de afwezigheid van de koopman. 4. **10-15 oktober 1941:** Het besluit wordt geformaliseerd ("acc. modelbriefje") en het dossier krijgt een nieuw volgnummer (28/43/2 M).

September – oktober 1941. Jaar: 1941
745 / 745-352 — pagina 85

Officiële brief/kennisgeving (doorslag of archiefexemplaar).

Deze brief is een formele goedkeuring van een verzoek om tijdelijke ontheffing. De heer H. Snoek, een marktkoopman woonachtig aan de Lindengracht, heeft op 9 september 1941 verzocht om zijn standplaatsen op de markten van de Lindengracht en de Westerstraat tijdelijk niet te hoeven bezetten. De directeur verleent hiervoor drie maanden uitstel, ingaande op de datum van de brief (tot medio januari 1942). Er wordt echter één strikte voorwaarde gesteld: het verschuldigde marktgeld moet elke week gewoon doorbetaald worden aan de aanwezige marktambtenaar, ongeacht de afwezigheid van de koopman. Dit duidt op een strakke administratieve controle op de inkomsten uit de marktplaatsen.

15 oktober 1941. Jaar: 1941
745 / 745-352 — pagina 86

Doorslag van een officiële brief (typschrift op doorslagpapier).

Deze brief is een formele administratieve beslissing aangaande een marktkoopman, de heer H. Snoek. Op basis van een eerder verzoek van Snoek (van 9 september 1941) verleent de directeur van de marktdienst hem een ontheffing voor een periode van drie maanden. De kernpunten van de beslissing zijn: 1. **Verlof:** Snoek hoeft zijn vaste staanplaatsen op de markten aan de Lindengracht en de Westerstraat gedurende drie maanden niet fysiek te bezetten. 2. **Financiële verplichting:** Hoewel hij niet aanwezig hoeft te zijn, blijft hij verplicht om het wekelijkse "marktgeld" (de staangeldvergoeding) te betalen aan de controlerende ambtenaar. De taal is formeel-ambtelijk, passend bij de tijd, met gebruik van de oude spelling (zoals "den", "dezes" en "dienstdoenden"). Het document is een doorslag, wat betekent dat het origineel naar de heer Snoek is gestuurd en dit exemplaar voor het archief was bestemd.

15 oktober 1941. Jaar: 1941
745 / 745-366 — pagina 267

Getypte namenlijst, vermoedelijk een registratie- of transportlijst uit de Tweede Wereldoorlog.

* **Structuur:** De lijst is alfabetisch geordend op achternaam (S tot V). Bij de adressen staat 'hs' voor 'huis' (begane grond) en Romeinse cijfers (I, II, III) voor de verdieping. * **Gegevens:** De kolom "Serie No." bevat cijfercombinaties die vaak corresponderen met transportnummers of registratiecodes van de Joodse Raad. Opvallend is de afwijking "EZ" bij H. Snoek. * **Demografie:** Veel van de vermelde achternamen zijn typisch Sefardisch of Asjkenazisch Joods (zoals Sealtiel, Suesan, Trompetter, Viskoper). * **Locatie-focus:** De adressen concentreren zich in de Jodenbuurt (Jodenbreestraat, Rapenburgerstraat), de Transvaalbuurt (Afrikanerplein, Reitzstraat) en de Jordaan/West (Anjeliersstraat, Kinkerstraat).

Jaar: 1941
745 / 745-373 — pagina 222

Getypte namenlijst op papier.

Het document is een overzicht van individuen, hun geboortedata, woonadressen en het type handel dat zij dreven. * **Beroepen:** Er is een sterke concentratie in de textielsector (*stoffen, kousen en sokken, manufacturen*) en de levensmiddelenhandel (*visch, groenten en fruit, suurwaren*). De term "ongeregeld" duidt op de handel in diverse goederen of ongeregelde goederen (vaak op markten). * **Locaties:** De adressen bevinden zich voornamelijk in de Amsterdamse volks- en marktbuurten zoals de Pijp (Albert Cuypstraat, Gerard Doustraat) en de Rivierenbuurt (Molenbeekstraat, Biesboschstraat). * **Layout:** De lijst is alfabetisch gesorteerd op achternaam (S t/m V-gedeelte zichtbaar). De notaties 'hs' (huis) en Romeinse cijfers (I, II, III) geven de verdiepingen aan.

Jaar: 1942
745 / 745-394 — pagina 339

Getypte brief met handgeschreven ambtelijke kanttekeningen.

* **Kern van het verzoek:** De afzender, H. Snoek, verzoekt om een marktplaats op de "Joodsche markt" in de Gaaspstraat. Hij voert aan dat hij een zeer ervaren marktkoopman is (22 jaar ervaring op de Lindengracht en Westerstraat), maar dat hij door de ziekte van zijn vrouw niet eerder kon deelnemen aan de nieuwe, gesegregeerde marktindeling. * **Administratieve verwerking:** De brief is voorzien van ambtelijk commentaar. De inspecteur ("de Heer") adviseert positief over het verzoek, met de opmerking dat Snoek huishoudelijke artikelen en textiel verkoopt en dat hij deze goederen alleen op de Joodse markten mag verkopen. * **Tijdperk en Toon:** De brief is geschreven in de formele, eerbiedige stijl die destijds gebruikelijk was ("Weled. Heer", "beleefd mede"). De datum (oktober 1942) plaatst dit document in het hart van de Duitse bezetting van Nederland.

28 oktober 1942. Jaar: 1942
745 / 745-394 — pagina 341

Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen en ambtelijke stempels.

Dit document is een formele aanvraag van H. Snoek aan de Dienst Marktwezen in Amsterdam voor een vergunning om te mogen handelen op de "Joodsche Markt" in de Gaaspstraat. De aanvrager specificeert dat hij etenswaren en huishoudelijke artikelen wil verkopen. Uit de ambtelijke kanttekeningen blijkt het administratieve proces: 1. **30 november 1942:** Een eerste beoordeling stelt dat er "geen bezwaar" is. 2. **Beleidscheck:** Er wordt gecontroleerd of het quotum voor huishoudelijke artikelen op die specifieke markt al bereikt is. De notitie rechtsonder vermeldt dat er op de Gaaspstraat 192 plaatsen zijn, waarvan er 12 gereserveerd zijn voor huishoudelijke artikelen. 3. **Besluit:** De aanvraag wordt geaccepteerd ("acc p"). 4. **Afhandeling:** Op 23 december 1942 wordt er officieel een vaste plaats toegewezen (nummer 479 op de sollicitantenlijst).

14 november 1942. Jaar: 1942
745 / 745-414 — pagina 355

Document

Dit document fungeert als een register van wijzigingen ("mutaties") in het bestand van markthandelaars in Amsterdam tijdens de bezetting. De kolomstructuur biedt een gedetailleerd overzicht van de personen: * **Identificatie**: Naam en geboortedatum. * **Locatie**: Woonadres en de specifieke markt waar de handel werd gedreven. De Joubertstraat en Albert Cuypstraat komen veelvuldig voor. * **Economische activiteit**: De verhandelde goederen, variërend van dagelijkse behoeften (vis, brood) tot textiel en luxe-artikelen. * **Tijdslijn**: De datums van uitvoering (1 augustus, 1 september en 1 oktober 1943) wijzen op een systematische, administratieve afhandeling van wijzigingen. Een opvallend kenmerk is de grote aanwezigheid van Joodse familienamen op de lijst (o.a. Cohen, Davidson, Locher, Schenkkan, Zeelander). De term "Ongevoerd" bovenaan is administratief jargon dat in deze context duidt op het verwijderen of afvoeren van de handelaren uit de actieve registers.

Jaar: 1943