Het document betreft een administratieve afhandeling van een verzoek door ene heer H. Snoek voor een marktplaats op de Lindengracht. De inspecteur ("Insp.") adviseert positief naar aanleiding van een mondelinge toelichting en stelt voor om Snoek tijdelijk een van de opengevallen plaatsen in het derde gedeelte van de markt toe te wijzen, in plaats van de aanvankelijk genoemde plaats nummer 165. Er is echter sprake van bureaucratische controle: een hogere ambtenaar of afdelingshoofd stelt op 3 juni kritische vragen over de juridische grondslag van dit voorstel en vraagt of dit wel conform het vigerende Marktreglement is. De verschillende data en parafen laten de route van het dossier door de gemeentelijke organisatie zien tussen 17 mei en 12 juni 1939.
Dit document biedt een inkijkje in het Amsterdamse marktwezen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De Lindengracht was (en is) een bekende marktlocatie. In deze periode waren marktplaatsen schaars en strikt gereguleerd. De term "billijk" in het advies van de inspecteur duidt op een zekere mate van discretionaire bevoegdheid of persoonlijke gunning, die door de controlemechanismen ("Is dit in overeenstemming met 't Reglement?") getoetst wordt aan de formele regels. Het gebruik van "Model No. 14" van de afdeling Algemene Zaken wijst op een gestandaardiseerde werkwijze binnen het toenmalige ambtelijke apparaat.