Deze brief is een formele goedkeuring van een verzoek om tijdelijke ontheffing. De heer H. Snoek, een marktkoopman woonachtig aan de Lindengracht, heeft op 9 september 1941 verzocht om zijn standplaatsen op de markten van de Lindengracht en de Westerstraat tijdelijk niet te hoeven bezetten. De directeur verleent hiervoor drie maanden uitstel, ingaande op de datum van de brief (tot medio januari 1942). Er wordt echter één strikte voorwaarde gesteld: het verschuldigde marktgeld moet elke week gewoon doorbetaald worden aan de aanwezige marktambtenaar, ongeacht de afwezigheid van de koopman. Dit duidt op een strakke administratieve controle op de inkomsten uit de marktplaatsen.
Het document dateert van oktober 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De markten in de Jordaan (Lindengracht en Westerstraat) waren en zijn centrale plekken voor de Amsterdamse handel. De reden voor het verzoek van de heer Snoek wordt niet vermeld, maar in de context van 1941 kan dit variëren van ziekte of persoonlijke omstandigheden tot de schaarste aan goederen waardoor handel drijven bemoeilijkt werd. "Wijk 9" verwijst naar de toenmalige administratieve indeling van Amsterdam. De stempels en handtekeningen wijzen op de zorgvuldige archivering van uitgaande post door de gemeentelijke diensten in die tijd.