In deze zakelijke brief wordt de heer M. Werkendam medegedeeld dat zijn marktvergunning voor de markt in de Westerstraat (Amsterdam-Jordaan) is ingetrokken. De officiële reden die wordt opgegeven is "wanbetaling". Opvallend is het geringe bedrag van de schuld: slechts 1,20 gulden. De intrekking is met terugwerkende kracht ingegaan op 20 januari 1941. De brief is een reactie op een schrijven van Werkendam zelf van 22 januari, wat suggereert dat hij wellicht uitstel van betaling had gevraagd of de situatie probeerde toe te lichten.
Dit document stamt uit februari 1941, een cruciale periode tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De geadresseerde, Mozes Werkendam (geboren in 1888), was een Joodse marktkoopman. In deze periode nam de druk op Joodse Amsterdammers hand over hand toe. Hoewel de officiële reden "wanbetaling" van een klein bedrag is, moet dit gezien worden in het licht van de systematische uitsluiting van Joden uit het economische leven. Kort na deze brief, in de loop van 1941, werd het Joden geheel verboden om op openbare markten te staan (behalve op specifiek aangewezen "Jodenmarkten"). Veel Joodse marktkooplieden raakten hun broodwinning kwijt door dergelijke bureaucratische maatregelen of door directe verboden. Uit archiefstukken (zoals die van het Joods Monument) blijkt dat Mozes Werkendam in augustus 1942 is weggevoerd en in Auschwitz is vermoord. Dit document vormt een vroege papieren getuige van de bureaucratische uitsluiting die aan de deportaties voorafging.