* **Inhoud:** De brief bevat een officiële, tijdelijke toestemming voor de echtgenote van de heer Agsteribbe om hulp te krijgen bij het drijven van hun nering op de Albert Cuypmarkt. Omdat de heer Agsteribbe naar een herstellingsoord moet, mag hij voor maximaal drie maanden worden bijgestaan of vervangen door een zekere A. de Vries (geboren in 1878). * **Voorwaarden:** De toestemming is voorwaardelijk; er moet zo spoedig mogelijk een medische verklaring worden overlegd die de noodzaak van de opname in het herstellingsoord bevestigt. * **Vorm:** Het document is een typisch voorbeeld van de ambtelijke correspondentie van de gemeente Amsterdam in die tijd, met gebruik van de destijds gangbare spelling (zoals "hierby", "blyken", "zoover").
* **Historische periode:** De brief is gedateerd op 26 juli 1940, slechts enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het hier om een ogenschijnlijk normale administratieve handeling gaat, bevindt de stad zich in een beginnende fase van beperkende maatregelen. * **Persoonsgegevens:** De geadresseerde, Aron Agsteribbe (geboren in 1891), was een Joodse koopman die inderdaad op de Vrolikstraat 347 woonde. De naam Agsteribbe is een bekende Joodse familienaam in Amsterdam. Uit oorlogsarchieven blijkt dat de heer Agsteribbe en zijn gezin later in de oorlog het slachtoffer zijn geworden van de Holocaust. * **Locatie:** De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Voor marktkooplieden was het behoud van hun 'plaats' essentieel voor hun inkomen. Deze brief toont de inspanningen van een marktkoopman om zijn bedrijf draaiende te houden tijdens ziekte, kort voordat de bezetter de Joodse ondernemers het werken onmogelijk zou maken.