Het document is een verslag van een tuchtrechtelijke hoorzitting betreffende een marktkoopman genaamd M. Werkendam. De kernpunten zijn: 1. **Verzuim en wangedrag:** Werkendam is voor de tweede maal uit een café gehaald tijdens markttijden. De eerste keer was hij gewaarschuwd (wat hij toegeeft), de tweede keer moest hij als straf direct zijn spullen pakken ("onmiddellijk uitpakken"). 2. **Ongepaste bemoeienis:** Er is sprake van een conflict over telefonische uitlatingen. Werkendam beweert dat hij slechts aankondigde toezicht te zullen houden op een 'marktloper' (een assistent of toezichthouder op de markt) genaamd Schoeff. De rapporteur vindt het feit dat een koopman een marktloper wil controleren en rapporteren op zichzelf al "ongepast". 3. **Sanctie:** De ambtenaar stelt voor om Werkendam voor één week de toegang tot de Amsterdamse markten te ontzeggen, met een proeftijd van één jaar. 4. **Besluit:** Uit de kantlijnnotities blijkt dat de beslissing op 2 augustus 1939 is genomen en dat de waarschuwing officieel is genoteerd ("op slip noteeren").
Dit document is afkomstig uit de administratie van het Amsterdamse Marktwezen in de zomer van 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Amsterdamse markten kenden een strikt reglement; kooplieden moesten bij hun kraam blijven en mochten de markt niet zonder geldige reden verlaten om het café te bezoeken. De achternaam Werkendam was een veelvoorkomende Joodse naam in het Amsterdamse marktwezen van die tijd. Gezien de datum (eind juli 1939) bevindt dit incident zich op de drempel van de mobilisatie en de latere anti-Joodse maatregelen die de Amsterdamse markten diep zouden raken, hoewel dit specifieke document een puur disciplinaire, markt-technische kwestie betreft.