Het betreft de adreszijde van een officiële correspondentie gericht aan de Dienst der Marktwezen in Amsterdam. De datum, 17 november 1944, plaatst dit document midden in de 'Hongerwinter' tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Dienst der Marktwezen was in die tijd een cruciaal overheidsorgaan dat toezag op de distributie en verkoop van de schaarse levensmiddelen in de stad. De handgeschreven notitie "Gaaspstraat" in de linkerbovenhoek suggereert een administratieve verwerking; mogelijk had de inhoud van de kaart (die op de achterzijde staat) betrekking op een locatie of bewoner in die straat, of is het een verwijzing naar een ander dossier. De toevoeging "(Z)" bij de afzender staat voor Amsterdam-Zuid.
Tijdens de winter van 1944-1945 was de Jan van Galenstraat het logistieke hart van de voedselvoorziening in Amsterdam, aangezien hier de Centrale Markthallen gevestigd waren. Brieven aan de 'Directeur der marktwezen' hadden in deze periode vaak een urgente ondertoon en betroffen meestal zaken als marktvergunningen, klachten over distributie of verzoeken om extra toewijzingen van goederen. De postzegel en het stempel laten zien dat het postverkeer, ondanks de enorme brandstoftekorten en de algemene ontwrichting van de samenleving, in november 1944 nog functioneerde binnen de stadsgrenzen van Amsterdam. De oproep op de kaart om "volledig te adresseren" was een campagne van de PTT om de postbezorging in deze moeilijke tijden zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.