In deze korte zakelijke brief verleent de directeur van een Amsterdamse gemeentelijke dienst toestemming aan de heer S. Dresden om zich op zijn marktplaats op de Albert Cuypmarkt dagelijks voor enkele uren te laten vervangen. De vervanger is J. Dresden, geboren in 1883, waarschijnlijk een familielid (gezien de achternaam). De toestemming is verleend "tot wederopzegging", wat betekent dat de dienst het recht behoudt om deze beslissing op elk moment in te trekken. De vermelding van "Wijk 17" bij het adres van de ontvanger duidt op een administratieve indeling van de stad of het marktwezen destijds. De handgeschreven notitie "extra" en "2 ex. M. de Raaij" wijzen op interne administratieve handelingen (het maken van extra kopieën voor een dossier of persoon).
De brief is gedateerd op 8 februari 1940. Dit is slechts drie maanden voordat de Tweede Wereldoorlog in Nederland uitbrak met de Duitse invasie op 10 mei 1940. Op het moment van schrijven was de dagelijkse routine in Amsterdam nog grotendeels onveranderd, hoewel de mobilisatie al wel van kracht was. De Albert Cuypmarkt was in 1940 al een zeer belangrijke en levendige markt in de wijk De Pijp. De familie Dresden is een bekende Joodse achternaam in Amsterdam. Uit archiefonderzoek (zoals de Joodse Raad-kaarten) blijkt dat veel markthandelaren met de achternaam Dresden in deze periode werkzaam waren. Kort na deze brief, onder de Duitse bezetting, zouden Joodse markthandelaren te maken krijgen met steeds strengere beperkingen, totdat zij uiteindelijk helemaal van de openbare markten werden geweerd en afgevoerd. Dit document vormt daarmee een verstild beeld van de administratieve werkelijkheid vlak voor de grote catastrofe.